INFORMATIE OVER DE ONROEREND-GOEDBELASTING GEMEENTE MEIJEL De aanslagen Onroerend-goedbelastingen 1978 zijn gereed. Onderstaand wordt U ten aanzien van deze nieuwe belasting enige informatie gegeven. WAT IS DE ONROEREND-GOEDBELASTING Bij wijziging van de gemeentewet in 1970 werd het de gemeentebesturen mogelijk gemaakt over te gaan tot het heffen van onroerend-goedbelastingen, nader aangeduid met O.G.B. Invoering van deze nieuwe belasting zal en belangrijke verruiming van het gemeentelijk belastinggebied tot stand brengen. Met andere woorden, indien noodzakelijk voor de gemeenten, zou met een eenvoudige tariefsverhoging, c.q. aanpassing van de grondslagen voor de belastingheffing, de gemeentelijke inkomsten kunnen doen toenemen. De O.G.B. is te beschouwen als een heffing met een zuiver fiscaal doel. De opbrengst ervan komt ten goede aan de algemene middelen van de gemeente, ter vervulling van haar taken. De nieuwe belasting wordt geheven van de gebouwde en ongebouwde eigendommen zoals tuin en erf. Van deze belasting zijn o.a. vrijgesteld: landbouwgronden bosgronden natuurterreinen kerkgebouw begraafplaats. Invoering van de O.G.B. heeft tot gevolg dat enkele belastingheffingen komen te vervallen. Ingaande 1 januari 1978 zijn dit: 1de gemeentelijke straatbelasting; 2. de rijksheffing grondbelasting; 3. de rijksheffing personele belasting. WAAR IS DEZE BELASTING GEREGELD WAAROM BELASTINGHEFFING BELASTINGGRONDSLAG WIE MOET BETALEN TARIEF BEZWAREN ALGEMEEN De raad van de gemeente Meijel heeft in haar openbare vergadering van 22 november 1976 besloten de O.G.B. ingaande 1 januari 1978 in te voeren. De verordening is in genoemde vergadering definitief vastgesteld. De Koninklijke goedkeuring van deze belastingverordening is d.d. 16 maart 1977, onder nr. 46, verkregen. De Verordening op de heffing van onroerend-goedbelastingen ligt voor een ieder ter inzage ter gemeentesecretarie. De gemeente Meijel is belast met een groot aantal taken, waarvoor jaarlijks een begroting van inkomsten en uitgaven wordt opgesteld. Het grootste deel van het uitgavenbudget neemt het Rijk voor zijn rekening, via de uitkeringen: algemene uitkering; uitkering lager onderwijs; procentuele vergoedingen kosten sociale zaken; bijdragen in diverse te maken kosten. Het tekort aan inkomsten om de uitgaven te dekken na ontvangst van genoemde uitkeringen van het Rijk, moet door de gemeente Meijel met eigen middelen ofwel belastingopbrengsten worden aangezuiverd. Een van de voornaamste mogelijkheden daartoe is het heffen van Onroerend-goedbelastingen. De belasting wordt geheven van de geschatte economische waarde van de gebouwde en ongebouwde eigendommen. Onder economische waarde van het onroerend goed wordt verstaan de verkoopwaarde, vrij op te leveren en onmiddellijk te aanvaarden. De onroerende goederen zijn getaxeerd door erkende taxateurs in 1976 en begin 1977. De geschatte waarde zal daarom nu veelal beneden de werkelijke waarde liggen. De Onroerend-goedbelastingen kent twee belastingplichtigen en wel: a. de zakelijk gerechtigde (meestal de eigenaar); b. de gebruiker (bewoner/huurder). De belasting wordt geheven naar de toestand van 1 januari van het belastingjaar, dus voor 1978: 1 januari 1978. Verandering van eigenaar en/of gebruiker in de loop van het belastingjaar geeft geen recht op vermindering van de aanslag. Voorbeeld: 1Eigenaar tevens bewoner heeft 10 januari 1978 zijn woning verkocht, dan is hij voor de verkochte woning over het hele jaar 1978 belasting verschuldigd. 2. Indien iemand in de loop van het belastingjaar een woning koopt, dus na 1 januari 1978, wordt geen aanslag opgelegd over 1978. 3. Indien een huurder per 15 januari 1978 verhuisd van een huurwoning naar een eigen woning zal hij een aanslag ontvangen voor: de verlaten huurwoning over het hele jaar 1978, als gebruiker; de nieuwe eigen woning is onbelast. Bij het bepalen van de hoogte van het belastingtarief is ervan uitgegaan dat de totale opbrengst uit deze nieuwe heffing niet hoger mocht zijn dan het totaal van de belastingen welke zijn komen te vervallen, vermeerderd met de kosten van invoering van de nieuwe O.G.B. en enkele te verwachten belangrijke minder ontvangsten ingaande 1978. In de raadsvergadering van 22 november 1976 is dit tarief vastgesteld op 7,per volle 3.000,van de getaxeerde waarde. Hiervan komt ten laste van: de eigenaar, geen gebruiker/bewoner3,85 de gebruiker/bewoner/huurderƒ3,15 de eigenaar tevens gebruiker/bewoner7, Voorbeeld: 1getaxeerde waarde woning, waarvan de bewoner tevens eigenaar is, bedraagt 100.000, aantal eenheden: 33 volle eenheden van 3.000, 3.000 Belasting: 33 x 7,231, 2. getaxeerde waarde woning, welke is verhuurd, bedraagt 100.000, Aantal eenheden 33. Belasting eigenaar: 33 x 3,85 127,—. Belasting huurder/bewoner: 33 x 3,15 103, De aanslagen worden afgerond op hele guldens. Na ontvangst van het aanslagbiljet kunnen binnen 2 maanden bezwaren worden ingebracht bij Burgemeester en Wethouders. De bezwaren dienen schriftelijk te worden ingediend, met een duidelijke omschrijving van het bezwaar. De Onroerend-goedbelasting wordt geheven door de gemeente Meijel, maar de invordering geschiedt door de Rijksbelastingdienst. De opbrengst wordt aan de gemeente doorbetaald. DUS: De O.G.B. niet aan de gemeente Meijel betalen maar aan: De Rijksontvanger der belastingen te Venlo, zoals op het aanslagbiljet is vermeld. Informatie over deze nieuwe belasting worden U gaarne verstrekt ter gemeentesecretarie, tel. 04766 - 1555. Het Gemeentebestuur van Meijel. v

DIGITALE PERIODIEKEN IN DE VOORMALIGE GEMEENTEN HELDEN, MEIJEL, KESSEL EN MAASBREE

Weekbericht voor Meijel | 1978 | | pagina 6