Festival rond oude ambachten Het landelijk gebied in Midden- en Noord-Limburg De taal van de ambachtslieden woordehuukske Abonnees iftynmi zèèje' DONDERDAG 7 JULI 1977 33e jaargang no. 27 WEEKBERICHT VaER MEUEL Uitgave van Drukkerij Mennen, Asten Redactie: J. M. Pluijm, Raadhuisplein 7, Postbus 1, Telefoon (04766) 1666, Meijel Administratie: Drukkerij Mennen, Post bus 14, Asten, Giro 1025299 „Weekbe richt voor Meijel", Asten. Abonnement f 24,per jaar. Port betaald Meijel Tf<t 'n Brok werk heeft hij schijnbaar al achter de rug, want als je hier zo hier en daar naar en over de weidevelden kijkt dan zie je al heel wat schapen die van hun vacht zijn ontdaan. Toch als ik me niet vergis, gaat hij ook in het najaar door met het vergaren van de vachten, die toch wel van betekenis zijn voor mens en industrie. Als wij er nou helemaal naast zitten dan horen we dat wel van Fons Steeghs of a.s. zaterdag bij de ppening van de festiviteiten bij het Festival rond Oude Ambachten. Want dat is in alle geval wel zeker en helemaal waar; Meijel bevindt zich (nu reeds) maar helemaal in de ban a.s. zaterdag en zondag als de poorten van 'n groots opgebouwd en in elkaar gezet festijn open gaan voor vele duizenden. Het tijdstip is natuurlijk erg goed gekozen. De vakanties zijn in volle gang en heel veel mensen willen het zien. Het OUDE AMBACHT, dat zo tot de verbeelding spreekt. Dat in zich heeft vakmanschap, liefde voor het stukje werk dat men produceert, met volle aandacht naar datgeen wat aan het ontstaan is en dat straks z'n weg zal gaan vinden (niet altijd natuurlijk) naar mensen die hunkeren om hun eigen kamer of woning met zo'n kunstwerkje) te sieren. Handwerk is gewild; het wordt gewaar deerd, maar het gaat ook stimuleren tot zelfwerkzaamheid. Het spoort aan tot bezig zijn en noodt uit tot creativiteit. Zinvolle vrijetijds besteding, zo noodzakelijk geacht in onze zo jachtige en toch óók wel uitzichtloze tijd!! (Of mag je dat zo niet zeggen en zijn we nu juist wel op weg naar 'n periode waarin we weer meer ons zelf zullen (kunnen) zijn?) Het Festival Rond de Oude Ambachten gaat zaterdag om één uur open en zal doorgaan tot acht uur. Dezelfde tijden gelden ook voor zondag. Om de bezoekers - en óók de standhou ders - nog meer te gerieven is er meer ruimte ter beschikking gekomen. Zowel buiten in de open lucht als in de twee tenten die zijn opgebouwd en het Gemeenschapshuis dat ook ter beschik king staat. De wandelgangen zijn verbreed en de podia verhoogd. Vooral deze beide zijn erg belangrijk voor de bereikbaarheid van de ambachtslieden. Er zijn doorlopend voorstellingen van SPEELGROEPEN, die met hun kluch ten in middeleeuwste stijl veel belang stelling waard zijn. Er is straatmuziek, er is 'n poppenthea ter, er treden volksdansgroepen op en onze kinderen doen er ook een schepje bovenop door hun spelen in aangepaste oude kledij. Er zijn heel veel ambachtslieden, ook die we nog niet hier in Meijel hebben zien optreden. t)e BRADERIE van 'n aantal plaatselijke ondernemers is bui ten het Oude Ambachten-terrein aanwe zig. Er is 'n kindercrèche, er is 'n mogelijkheid om over het weidse Meijelse landschap heen te zien vanuit de fraaie en hoge kerktoren enz. enz. de taal van de boer is met name het Woordenboek van de Brabantse Dialec ten al een heel eind gevorderd. Binnen kort zal er ook een aflevering van het Woordenboek van de Brabantse Dialec ten verschijnen die zal gaan over de taal van de slager en de bakker. Om nu eens een keer een schakel te leggen tussen theorie en praktijk heeft de Nijmeegse Centrale voor Dialect- en Naamkunde expositieruimte aangevraagd aan de organisatoren van de 'Oude Ambach ten' in Meijel. Ze wil hiermee de be langstellende kijker informatie aanbie den over de taalkundige achtergrond van de ambachten en ze laten zien wat er met het overal op het platteland geën quêteerde materiaal wetenschappelijk gebeurt. De mensen van de Nijmeegse Centrale beseffen, dat er een gaping zit tussen het werk, dat zij verrichten, en de mensen, van wie zij het woordmateriaal betrekken. Een informatiekraam is dan één van de mogelijkheden om dit hiaat te helpen oplossen. In een tijd, waarin aan de universiteit en andere wetenschappelijke instellingen de voorkeur wordt gegeven aan de jongste richtingen in b.v. de taalkunde, komt een langlopend project als het Woordenboek van de Brabantse en Limburgse Dialecten nogal in de ver drukking. Voor de redacteuren is het daarom van belang te weten te komen, hoe de achterban over zo'n woorden- ADVERTEERDERS VERSLAGGEVERS der Verenigingen. KOMENDE WEEK komt er geen WEEKBERICHT uit. Het eerstvolgende nummer dat verschijnt komt bij u op 21 juli a.s. in de bus. Dit wordt 'n huis aan huis nummer, zodat elk Meijels gezin deze uitgave dan behoort te ontvangen. TANTE POST zal daar wel borg voor staan, lijkt ons Redactie en Administratie. P.S. Zij die elke week hun beste krachten geven aan de tot standkoming van Uw „Weekbericht voor Meijel" wensen wij - óók namens u allen, als het mag - 'n fijne vakantie toe boek denkt. Ook daarvoor is een infor matiekraam op de 'Oude Ambachten' geschikt, om dus de opinies te peilen. De Nijmeegse Centrale voor Dialect- en Naamkunde hoopt a.s. zaterdag en zondag te kunnen bewijzen aan de be zoekers, dat het vastleggen van de taal van het volk geen elitaire zaak is van enkele woordkunstenaars maar een zaak is, die wel degelijk de Limburgse en Brabantse cultuur raakt en die het niet verdient als ouderwets en onbelang rijk afgedaan te worden. Herman Crompvoets Er is zoveel, zoveel, teveel om op te noemen. Daarom ga er zelf naar toe, geef je ogen maar eens goed de kost, amuseer je met het gebodene en de velen die om U heen óók trachten te genieten. Plezierige dagen wensen wij jullie allemaal van harte toe en de organisa toren veel sterkte, gemoedsrust en geduld. Succes zal hopen wij jullie grote troost en eer zijn. Redactie Wanneer men op zo'n festival van oude ambachten, zoals het a.s. zaterdag en zondag weer in Meijel gevierd wordt, rondkijkt en de ambachtslieden ijverig ziet werken met de handen, dan staat men er niet bij stil, dat al- deze am bachtslieden in vroeger tijden hun eigen vaktaal hadden. Een van de bekendste vakterminologieën is wel die van de boer. Daarnaast kenden de bakker, molenaar, slager, mandemaker, riet dekker, touwslager, schoenmaker, smid enz. Ook hun taal of jargon. Een van de hoofddoeleinden van de Nijmeegse Centrale voor Dialect- en Naamkunde, verbonden aan de Katholieke Univer siteit van Nijmegen, is nu om al deze verschillende vaktalen op papier vast te leggen, tenminste wat betreft het Bra bantse en Limburgse gebied. Het resul taat moet uiteindelijk vast komen te staan in een Woordenboek van de Brabantse en Limburgse Dialecten. Met 1 door: Els Janssen en Frans Jaspers Een nieuwe serie In het voorjaar van 1977 verscheen van de Rijksoverheid de nota 'Landelijke Gebiedenhet derde deel van de rijksnota's voor de ruimtelijke ordening. Daar deze nota de problemen behandelt in de landelijke plattelandsgebieden - de problemen van het wonen en de stadsvorming kwamen in de vorig jaar verschenen Verstedelijkingsnota reeds aan de orde - willen wij in enkele artikelen in dit blad de inhoud van de nota en reeds eerder verschenen standpunten van de rijks- en provinciale overheid m.b.t. de plannen voor het plattelandsgebied in Midden- en Noord-Limburg behandelen. In september en oktober a.s. bestaat dan de mogelijkheid om actief deel te nemen aan de inspraakprocedure zoals die in ons gebied georganiseerd wordt door de Stichting Mimaso, waarover U tezijnertijd meer informaties zult ontvangen. In deze eerste afleveringen van deze nieuwe serie artikelen willen we kort ingaan op de problemen in het landelijk gebied in het algemeen. De kern van de zaak In vroeger tijden bestond er een duidelijke scheiding tussen stad en platteland. Dat waren toen twee sterk verschillende leefwerelden. Het samen spel van een aantal moderne ontwikke lingen heeft echter de grenzen tussen stad en platteland doen vervagen (ver stedelijking). Een paar voorbeelden: kranten, radio en TV hebben de twee leefwerelden dichter bij elkaar gebracht. de auto en het openbaar vervoer hebben de afstanden letterlijk en fi guurlijk verkleind. het hogere opleidingsniveau heeft tot belangstelling geleid voor natuur en cultuurgeschiedenis. de economische ontwikkeling heeft stad en platteland sterk met elkaar verweven, onder meer door de vestiging van handel en industrie in de grotere dorpen. Ook op het platteland zelf, en met name in de landbouw zien we ingrijpende ontwikkelingen. Vooral de schaalver groting en de intensivering van het grondgebruik drukken een stempel op het platteland. Die veranderingen vor men op zich al een probleem. Dat geldt nog meer voor de snelheid waarmee zij plaats hebben. Deze ontwikkelingen hebben geleid tot een drietal kernproblemen: de verstedelijking staat op gespan nen voet met lhndbouw, natuur en landschap. de ontwikkeling van de landbouw verdraagt zich niet altijd met het be houd van natuur en landschap. de leefbaarheid van veel dorpen gaat achteruit. Verstedelijking - het geheel van wonen, werken en recreatie - legt een steeds groter beslag op grond. Steeds meer mensen uit de stad gaan in de dorpen wonen. In de randgemeenten van grote steden worden handels- en industrie- bedrijven gevestigd. Tegelijkertijd gaat het landelijk gebied een stëeds belang rijker rol spelen voor de openluchtre creatie, met name is N.- en M.-Limburg steeds meer in trek gekomen!. Deze ontwikkelingen betekenen voor het platteland meer woningbouw, meer autowegen, hoogspanningsleidingen, kampeerterreinen en dergelijke. Die belemmeren op hun beurt vaak de landbouw en tasten de schoonheid van het landelijk gebied aan. Om het hoofd boven water te houden moet de boer zo doeltreffend mogelijk produceren. Hij doet dit door zijn akkers beter - met machines - bewerk baar te maken. Sloten en houtwallen moeten hiervoor vaak het veld ruimen. In dorpen waar het inwonertal gelijk blijft of achteruitgaat, gaan voorzie ningen zoals bijv. winkels en scholen achteruit. In snelgroeiende dorpen ont staan vaak spanningen tussen de nieuw komers en de oorspronkelijke bevol king. De problemen toegespitst Om een beter inzicht te krijgen in de leefbaarheid van de dorpen, en de spanningen tussen de verstedelijking, landbouw en natuur, is het nodig de problemen uiteen te rafelen. We komen dan tot een aantal deelproblemen, waarvan de belangrijkste gelegen zijn in: de dorpen de verstedelijking de recreatie de infrastruktuur de landbouw de natuur en het landschap De dorpen In dorpen waar het inwonertal gelijk blijft of achteruitloopt, gaan problemen spelen voor winkels, scholen en andere voorzieningen. Een kleine winkel is vaak niet lonend, omdat er te weinig klanten zijn. Om een behoorlijk inko men te verdienen moet een winkelier zijn omzet verhogen. Dat is een klein dorp haast niet mogelijk. Zo verdwij nen de slager, de bakker en de andere middenstanders uit het dorp. Hoe komt het nu dat een aantal dorpen wegkwij nen? De werkgelegenheid in de land bouw loopt sterk terug, terwijl in de dorpen meestal geen vervangende werk gelegenheid aanwezig is. Veel jonge mensen gaan daarom wonen en werken in de stad. Allen de ouderen blijven ach ter in het dorp dat daarom snel ver grijst. In zo'n dorp zijn vaak te weinig kinderen, waardoor de scholen moeten sluiten. Ook het kerk- en verenigings leven gaat achteruit. Er zijn inmiddels verschillende kleine dorpen, waar zich nog maar een enkele winkel weet te handhaven, waar zoals huisarts, kruis- gebouw, café en bibliotheek pas enige kilometers verderop te vinden zijn. Soms moet men voor deze en andere voorzieningen zelfs naar de stad. Voor autobezitters is dat geen probleem. Zonder auto is men echter aangewezen op het openbaar vervoer, dat door een gering passagiersaanbod, minder ser vice kan bieden. Een aantal dorpen is zelfs niet opgeno men in de dienstregeling van het streek vervoer. Soms speelt in deze dorpen het extra probleem dat de vrijgekomen huizen door stedelingen als tweede woning worden opgekocht. Dit stuwt de prijzen van woningen omhoog. Jonge mensen uit het dorp worden hierdoor gedwongen naar elders te vertrekken, terwijl de levendigheid van het dorp er door de week ook al niet op vooruit gaat. Dorpen die snel gegroeid zijn hebben weer andere problemen. In de nieuw bouwwijken van deze dorpen vestigen zich grote groepen stedelingen, die een duidelijke stempel gaan drukken op het dorpsleven, vooral door het verschil in levensstijl. Dit wordt door de oorspron kelijke bevolking lang niet altijd op prijs gesteld. Verstedelijking Vanuit de stedelijke gebieden komt het nie te geluuëve niet te geloven loeëpe lopen hij löpt hij loopt op de tieën stao op de tenen staan haor snéje haar knippen min vuut doen pinj mijn voeten doen pijn min knéje zin te dik mijn knieën zijn te dik isjkaan ijskoud witjer gao verder gaan gruun groen zaaien grisj grijs un hieël kléénj bietje mer maar een heel klein beetje waffel (of woffel) toe haawe mond dicht houden B.P. Schoolstr. 1

DIGITALE PERIODIEKEN IN DE VOORMALIGE GEMEENTEN HELDEN, MEIJEL, KESSEL EN MAASBREE

Weekbericht voor Meijel | 1977 | | pagina 1