MEIJEL PEELLAND SAGENLAND DE GESCHIEDENIS VAN MEIJEL Uitgave: Drukkerij Mennen, Asten - Redactie: J. M. Pluijm, Raadhuisplein 7, postbus 1, telefoon 1666 (04766), Meijel Administratie: Drukkerij Mennen, postb. 14, Asten, giro 1025299 „Weekbericht voor Meijel" Asten. Abonn. 19,p.j. Peellandse nocturne*) Soms in het duister van een woeste nacht als van den einder ongebonden vlagen de zwarte wolken langs den hemel jagen klinkt uit het veen een vreemde kille klacht Het is het steunen van den honderdman die eens in het grauwe Peelmoer is verzonken Met al den roem hem eens door Mars geschonken en die zijn rust nog steeds niet vinden kan Niet 't blanke zwaard, maar modder stak hem neer die niemand schrik of lafheid had verweten en die in den strijd zich zelf steeds had vergeten ver van den slag en zonder krijgsmanseer Hier liep zijn weg ten einde in de dood en jaren wachtten ginder vrouwen en slaven tot, uit de wingewesten der Bataven hij weer zou keren, roemgekroond en groot Nu zoekt zijn geest den helm uit goud gesmeed waaronder hij zijn schoonsten dag mocht dromen Maar ach, ook dien heeft 't noodlot hem ontnomen Ja, bitter was zijn einde wel, en wreed. Muziekstuk van een dromerig romantisch karakter KANKERBESTRIJDING KOLLEKTE DONDERDAG 21 AUG. 1975 31e jaargang no. 34 Frankering bij abonnement Meijel I WEEKBERICHT VB DE MEUEL In het schooljaar '74-'75 hebben leerlin gen van de 6B klas der H. Hartschool onzer gemeente zich als opdracht gesteld een en ander over de geschiedenis van Meijel te gaan onderzoeken en op schrift te stellen. Zij werden daartoe begeleid door Marlau van Rens en Richard Gie- lens, welke dit onderwerp als stage pro ject hadden gekozen. Het doel van deze lessencyclus - welke uit vijf lessen bestaat - is: de leerlingen weer/meer in contact te brengen met hun omgeving en in het bijzonder met de geschiedenis van hun eigen woonplaats; het contact met hun eigen omgeving moet plaats vinden op eigen initiatief, zodat de jongens en de meisjes de stof op hun eigen wijze kunnen beleven; de geschiedenis van hun eigen woon plaats moet geplaatst kunnen worden binnen de geschiedenis van de wereld om hen heen; de lessen dienen mogelijkheden te bieden om aan te sluiten op zaken als: zelfwerkzaamheid, speurzin, groeps werk, differentiatie en didactische werkvorm van het klasse- en kring gesprek. Verder zullen er raakvlakken zijn met: aardrijkskunde, biologie (zo mogelijk ingebracht binnen wereldoriëntatie), Nederlands en de expressievakken. Mede in het kader dat Meijel 650 jaren bestaat, is de aandacht van de leerlingen gevestigd op het ontstaan van de plaats en de ontwikkeling ervan tot een plek waar het goed wonen is. Marlau en Richard hebben voor het zesde leerjaar van de H. Hartschool gekozen, niet alleen omdat zij aan deze school hun vierde hospiteerperiode mochten door brengen - dit in het kader van hun onder wijzers opleiding, maar ook om de gele genheid tot enige zekerheid die deze klas hen bood - gezien de interesses en bereid heid tot samenwerking - de geplande en gewenste opzet waar te maken. Nadat werkwijze en voorbereiding met de deelnemers aam het project terdege waren voorbesproken gingen de 25 leerlingen - verdeeld over vier groepen, ieder met een eigen taak - aan de slag. Het resultaat dat werd bereikt hopen wij u in een aantal afleveringen in het Week bericht voor Meijel door te geven, zodat u naar wij verwachten met belangstelling zult kennis nemen van een stukje geschie denis van uw geboorte c.q. woonplaats. Om de bijdrage tot het ontstaan van dit geschiedenisboekje wat concreter naar voren te kunnen brengen hebben Marlau en Richard een „inleiding op de geboorte van Meijel" gemaakt, met als onderdelen: de Prehistorie en de Peel de Romeinen komen.... de Volkverhuizing Karei de Grote de Noormannen. In de opzet gaat het vooral om de geschie denis van Meijel en z'n directe omgeving (b.v.: de Peel). De vaderlandse geschiedenis, bij de leer lingen goed bekend betreffende dit tijd vak dient als achtergrond. Prehistorie en de Peel In deze eigen geschiedens van Meijel, wordt een aanvang gemaakt met de tijd waarvan we eigenlijk het minste weten: de prehistorie. De oudste geschiedenis van ons dorp (wat toen nog geen dorp, maar slechts een plekje in de Peel was) begint ongeveer 15.000 jaren vóór Christus. In die tijd smelt het landijs; het klimaat wordt iets warmer en de ijstijd heeft z'n tijd gehad. In het Zuiden van ons land, dat 'n toen dra—achtig karakter had, groeiden geen bomen, maar wel veel kleine struiken, mos en gras. De mensen die toen leefden waren rendierjagers. Zij maakten met hun stenen voorwerpen jacht op edelherten, reeën, elanden, gan zen en ander grof wild. Hierbij maakten zij gebruik van vuistbij len, speerpunten en mesjes. Voor het be werken van huiden hadden zij stenen schrabbers. In Neer, Ell, Nederweert (de banen) Heythuysen (de Fransman) Haelen en Hom heeft men veel van deze stenen voorwerpen gevonden. In het museum-boerderijtje van de Groote Peel kun je deze voorwerpen nu nog gaan bewonderen. Rond 8000 vóór Christus heeft opnieuw een belangrijke klimaatsverandering plaats; deze had tot gevolg dat de wild stand zich wijzigde. Hierdoor werden óók de voorwerpen die men nodig had voor het dagelijks leven kleiner en fijner van vorm. In de nieuwe steentijd (neoliticum) waren de bewoners al zo ver gevorderd dat men aardewerk maakte als gebruiksvoorwer pen. Dit was vooral het geval in wat nu Zuid-Limburg is. In plaats van de toen- dras ontstonden nu grote loofbossen (eiken, beuken, linden enz.) al was de grond nog niet erg vast. De bodem bleef in beweging en zorgde ervoor dat hors ten (hoger gelegen gronden en slenken (lagere plaatsen) gevormd werden. De plek die we tegenwoordig Meijel noemen, lag op een peelhorst; een zand- rug die eigenlijk een eilandje vormde tus sen de lagere en moerassige gedeelten. Bij droog weer kon men via de eilandjes door het enorme peelgebied komen; op enkele zandruggen waren bronnen die voor goed drinkwater zorgden. De perio de van 1500 tot 800 voor Christus is de Bronstijd. De werktuigen die de mensen maakten (vooral bijlen) waren van brons. Voor het begraven van hun doden na de verbranding hadden de mensen mooie bol vormige as-urnen. In de buurt van Vlodorp, Baarlo, Baexem en Weert heeft men er nogal wat gevon den. Vanaf de ijzertijd (ongev. 57 voor Chris tus) tot aan de komst van de Romeinen is niet zo erg veel bekend uit deze streek. Opgemerkt zij hier wel dat door het erg droge klimaat veel bossen erg leden van de droogte; hierdoor kwamen veel flinke zandverstuivingen voor. De volgende aflevering begint met de ru briek: „de Romeinen komen....". De geïn teresseerden in het totale verhaal zouden wij willen adviseren om deze en de vol gende uitgaven van het Weekbericht op te bergen en te bewaren. Kankerbestrijding als particulier ini tiatief, zoals in Nederland, is nog vrij uniek in de wereld. Sinds enkele jaren is nu ook in België een soortgelijke orga nisatie als het Koningin Wilhelmina Fonds voor de Kankerbes urijding actief. Kankerbestrijding in Nederland houdt niet alleen in dat de afgelopen 26 jaren meer dan 200 miljoen gulden door het Nederlandse volk bijeen gebracht werd om krachtig de bestrijding van de tweede belangrijkste vijand van onze volksgezondheid ter hand te nemen, maar ook dat ieder jaar weer bijna 100.000 kollektanten de straat opgaan om ieder jaar opnieuw de huis-aan-huis kollekte een succes te laten zijn. Het gehele jaar door zijn ruim 6000 mensen in geheel Nederland als lid van een afdelingsbestuur bezig om elke aktivi- teit te laten slagen: koliekten, leden werfacties, verkoopakties, personeels- akties, loterijen, taartenakties, lucifer acties etc. etc. Brachten deze acties de laatste jaren al meer dan 13 miljoen gulden jaarlijks op, sinds vorig jaar wordt de 20 miljoen gulden steeds dich ter benaderd. Wat er gebeurt er nu met al dat geld? In 1974 werd bij gelegen heid van het 25 jarig bestaan ongeveer 100 miljoen gulden opgehaald. Hiervan 70 miljoen gulden door de grootse akties 'Geven voor Leven'. Met dit geld wordt een vijfjarenplan voor de bestrijding van kanker gefinancierd (dat 46 miljoen kost)het overige geld wordt voor 80% besteed aan de uitbreiding van weten schappelijk onderzoek in de kanker centra van Amsterdam en Rotterdam, de rest wordt besteed aan voorlichting, begeleiding van kankerpatiënten, het verlenen van studiebeursen en het finan cieren van nieuwe wetenschappelijke kommissies. Het wetenschappelijk on derzoek van deze projekten is dusdanig van opzet, dat door de bestudering van het kankervraagstuk bij jeugdigen te vens oplossingen en aanwijzingen ge vonden worden voor vraagstukken die samenhangen met de soorten kanker van volwassen leeftijd! Naast 'Geven voor Leven' kwam ruim 5 miljoen gul den binnen middels de puzzle-akties in de regionale dagbladen. Deze grootste opbrengst, die een puzzle-aktie ooit heeft opgebracht, wordt volledig be steed aan de bouw, inrichting en beman ning van een studiecentrum, dat zich speciaal bezig gaat houden met de maat schappelijke en psychische aspekten van het kankerprobleem. Tot nu toe was voor dit steeds belangrijker wordende vraagstuk weinig zo niet geen geld be schikbaar omdat alle jaarlijkse fondsen van het K.W.F. bijna alle voor het fundamentele biologische wetenschappe lijke onderzoek benodigd waren. De verwachting bestaat dat de jaarlijkse exploitatie van dit centrum door het KWF betaald zal kunnen worden. De overige miljoenen guldens gaan meren deels naar de twee grote kankercentra in Amsterdam en Rotterdam, en verder naar de universitaire en regionale onder zoeksinstituten, die zich bezig houden met kankeronderzoek en de behande ling van kankerpatiënten. Voor onze omgeving worden de radio-therapeu tische instituten ('bestralings'-institu- ten) van Eindhoven, Heerlen en Maas tricht gesubsidieerd door het KWF. Er bestaan voorstellen om ook in deze contreien een netwerk van wetenschap pelijke begeleidingswerkgroepen samen te stellen om de specialisten en huisart sen die te maken hebben met kanker patiënten van advies te dienen. Tot slot zijn er dan nog 3 miljoen gulden nodig om het bestuurswerk, de afdelingen, het centraal bureau, de propaganda etc. te betalen (d.w.z. 14% van de inkomsten zijn bestemd ter bestrijding van de wervingskosten). Dit alles betekent, dat elk jaar bijna de ge hele opbrengst meteen weer wordt uit gegeven ter financiering van de kanker bestrijding in het onderzoek en de prak tijk. Slechts een klein gedeelte wordt vastgezet als reservering voor onvoor ziene uitgaven en de financiering van bouwplannen van de grotere kanker centra. Deze reserves omvatten nu ruim 20 miljoen gulden. Dit is beslist géén groot bedrag als u bedenkt, dat zowat ieder jaar zowel door overheid en het KWF vele tientallen miljoenen guldens worden uitgegeven. Als u dit alles tot hier toe met veel aandacht en interesse hebt gelezen, zult u ervan overtuigd zijn, dat ook dit jaar en in de komende jaren nog veel geld nodig zal zijn ter financiering van het kankeronderzoek. De oplossing van dit belangrijke pro bleem is er een van lange adem. Daarom doet het KWF ook dit jaar weer een beroep op u om zijn belangrijke werk mogelijk te maken. Geeft u daarom ook dit jaar weer gul bij de kollekte, zodat we na afloop wederom kunnen zeggen dat Meijel middels zijn geldelijke bijdrage heeft getoond verantwoordelijkheid te willen dragen bij het oplossen van een vraagstuk dat eenieder van ons aangaat. De kollekte is de komende week maan dag, dinsdag en woensdag. Het afdelingsbestuur.

DIGITALE PERIODIEKEN IN DE VOORMALIGE GEMEENTEN HELDEN, MEIJEL, KESSEL EN MAASBREE

Weekbericht voor Meijel | 1975 | | pagina 1