ONS MISSIEHUIS „ST. JOSEPH" VERNIEUWER DER ZIELEN „St der 3ieer, laat het regen in Brazilië erre ee r geheim NUMMER 43 33E JAARGANG ZATERDAG 23 MEI 1953 VERSCHIJNT WEKELIJKS NIET ZONDER LIJDEN DIKWIJLS GROTE OFFERS. van de tocht van de n Aan het onderwijzend perso-"^ neei van heel het dekenaat Helden. Op Zondag 31 Mei a.s., 's middags om half vijf uur, vlak voor de slui tingsplechtigheid van het Dekenaat worden alle Onderwijskrachten van het Dekenaat Helden hiermede uit genodigd tot een speciale oefening bij de „Sterre der Zee", die dan nog in de noodkerk van Helden zal staan. -m- Wlidden-JZimbur UITGAVE L. KASSTEEN MARKT 28, PANNINGEN - REDACTIE EN ADMINISTRATIE: POSTBUS 2, PANNINGEN, TELEFOON K 4760-492 - GIRO 15718 - REDACTIE H. KASSTEEN Abonnementsprijs 5.- per jaar bij vooruitbetaling Advertenties 10 ct per mm, bij contract belangrijke reductie Kleine advertenties (te koop e.d.) minimum 50 ct, uitsluitend bij vooruitbetaling Het was op Zondag 28 Juli 1920. Monseigneur Laurentius Schrijnen, bisschop van Rormond, had 's morgens aan drie jonge missionarissen het H. Priesterschap toegediend, twee Nederlan ders en een Luxemburger, en sprak 's middags aan tafel, zoals gebruikelijk, een woord om de nieuw-gewijden geluk te wensen. Zijn zware, ge zagvolle stem klonk die dag, meer nog dan anders, minzaam en diep ernstig, om nooit te vergeten: „Ik wens u toe, dat ge goede priesters moogt zijn, en daarom ook veel zult mogen lij den: het schoonste leven is het leven dat het rijkst aan offers is". Een blik in het verleden toont aan dat O.L. Heer aan het Missiehuis en zijn missionarissen de offers niet heeft gespaard, om de vruchten van het werk beter te doen rijpen. Men kan er de oude jaargangen van ons Missietijdschrift op nalezen: telkens wanneer de vroegtijdige dood van een jonge werker op het missieveld moest worden meegedeeld, kwam ook de ge dachte tot uitdrukking: God heeft onze offers nog meer nodig dan ons werk. Dit offer zal de missie tot zegen zijn. Op de allereerste plaats komt dan in onze her innering dat 7 fraters stierven vooraleer zij het H. Priesterschap mochten bereiken: André van Gijsel, uit Hengstdijk. Z. (30 Dec. 1904, onze eerste overledene in Panningen) -Piet Hofstee, uit Alkmaar, (18 Juli 1906), Jacques Wille men, uit Reijen, (N.B.), (15 Oct. 1914 Leonar- dus Schillings uit Schoten. N.H. 27 Jan. 1917) Jan Bruno uit Alkmaar (1 Oct. 1918) Kees Pooyer, uit Volendam (13 April 1919) Jacq. Rongen uit Venray (17 Nov. 1905) en broe der, Piet Jansen, uit Vierlingsbeek (8 Juli 1920). Het verdient opgemerkt te worden, dat na 1920 dus de laatste dertig jaar, zich onder de fraters studenten en novicen geen enkel sterfgeval meer heeft voorgedaan. De vooruitgang der genees kunde en de stelselmatig aangescherpte maat regelen ter voorkoming van ziekten hebben hier een mooi resultaat bereikt. Wat de priesters betreft, die in Panningen wer den opgeleid, onder hen tellen op de dag van vandaag 53 doden, en wel: 10 van 30 jaar of daar beneden, 10 tussen de 30 en 40 jaar, 16 tussen de 40 en 50 jaar, plus 2 broeders, 7 tussen 50 en 60 jaar, 10 tussen 60 en 70 jaar, plus 3 broeders. Op 5 na zijn ze allen uit de eerste 25 jaar en het grootste gedeelte werd niet ouder dan vijftig. De overledenen zijn slechts een zevende van het totaal aantal priesters dat Het Missiehuis voort bracht. Er zijn er geweest die door een ongeluk om het leven kwamen. Mijnheer Guillaume Janssen, uit Panningen, verdronk, toen hij in Bolivia, op Ma- ria-Lichtmis 1918, de H. Mis zou gaan lezen op een buitenplaats, en te paard door een gezwol len bergriviertje wilde oversteken. Hij had de kracht van het snel stromende water onder schat en werd ongelukkig meegesleurd, 33 jaar oud, na twee en een half jaar professoraat op een seminarie. Lêon Lerouge was 41 jaar toen hij op het eiland Madagascar met mistig weer per motorfiets uitging. Bil een kromming vond hij zich opeens voor een troep ossen, die hem de weg afsneed. Snel remmen baatte niet. Hij schoot over zijn stuur, en deze val kostte hem het leven, na 17 jaar missiearbeid. (28 Febr. 1931). Jacques Bruno, 49 jaar oud, missionaris van Surabaia en Chief-chaplain tij dens de laatste oorlog, kwam bij een auto-onge luk nabij Makassar, waar hij een jonge aalmoe zenier van de Paters van Scheut ging installe ren. Hij was in 1942 op 't laatste ogenblik aan de Japanners ontsnapt, zijn schip dat uitweek naar Australië werd beschoten, de kogels dron gen door tot in zijn hut, waar hij toevallig een ogenblik niet aanwezig was. Hij verrichtte na dien prachtig werk te Colombo, bemind en ge ëerbiedigd door katholiek en niet-katholiek, om zijn rondborstigheid en fijn meevoelend priester- hart. (24 Juni 1946). Cornelis Breuker was 56 jaar en bijna dertig jaar onafgebroken in Z. China, toen eveneens een auto-ongeluk hem plot seling wegrukte (7 Oct. 1948). Hij was vroeger al eens weggevoerd geweest en mishandeld. Hij was zeer ervaren in de Chinese taal en gebrui ken. Anderen bezweken, na soms nog maar zeer kor te tijd in de missie, aan een besmettelijke ziekte. Aan Frans van Meerendonk, in China, werd ge vraagd om aan een meisje dat aan zwarte pok ken leed en in stervensgevaar verkeerde, het H. Doopsel toe te dienen. Hij was aanstonds be reid,. Het kind stierf als christin, maar kort daarna was ook de missionaris aangetast, de koorts liep op tot 40 graden. Hij leed ontzetten de pijnen, en bekroonde aldus op 3 Juli 1913 zijn drie-jarig missiewerk. Hij was 39 jaar. Emile Roussez, een fransman van 31 jaar, viel onge veer een jaar later in het zelfde Vicariaat van Chengtingfu, als slachtoffer van de typhus. Hij was in 1909 te Panningen gewijd. In 1920, nog maals ter zelfder plaatse, werd een veelbelo vend missionaris, Antoon Mommers uit Tilburg, door typhuskoortsen in enkele uren gesloopt: 29 jaar oud, ternauwernood 2 jaar in de missie. Weer twee jaar later vertrok van Chengtingfu Johan Nass, uit Demen, in de hoop dat herstel van gezondheid in Nederland kon gevonden worden, Hij overleed te Sjanghai (1922), nadat hij in het ziekenhuis zijn laatste krachten nog bijeen geraapt had om zich naar een stervende confrater te slepen, hem nog een laatste H. Ab solutie te geven en een woord van troost toe te spreken. Een maand later, 15 Juli, toen hij al niet meer spreken kon, hief hij als een laatste ver afscheid aan zijn Moeder z'n hand omhoog en gaf langzaam zijn priesterlijke zegen. Dat was het einde. Hij was 30 jaar. Piet Romme, 27 jaar, was één jaar in China in het Vicariaat van Mgr Geurts (Yungpingfu), toen dyssenterie hem neervelde. Laurentius Vonk, uit Steggerda (Fr.), bezweek na 6 jaar door typhus in hetzelf de Vicariaat, 33 jaar oud, op 14 Aug. 1930. Ook Midden- en Zuid-Amerika lieten hun tol in offers betalen. Henri Vester, een van de drie gebroeders Vester uit Amsterdam, ging op 27 Nov. 1917 welgemoed naar Guatemala. Op het laatste gedeelte van de bootreis, via New-York en Panama, overvielen hem malaria koortsen. Hij stierf aan boord twee dagen voor de aan komst van de boot in Guatemala en de zee werd zijn graf. (14 April 1918). Twee maanden van de voren was zijn broer Gerard gestorven te Susteren: deze was niet lang geleden ziek uit China teruggekeerd. Johan Aben, na enige jaren leraar te zijn geweest in Wernhoutsburg, vertrok in gezelschap van Mijnheer Louis Gus- senhoven op 10 Jan. 1923 naar Brazilië, als eer stelingen van de Nederlandse Provincie der La zaristen. De 25e Februari kreeg het Missiehuis een telegram: „Aben overleden". Hij was maar een paar weken in zijn nieuwe vaderland, 30 jaar oud, en viel als slachtoffer van de gele koorts. Cornelis Beekmans overleed 28 Juli 1941 te Belem (Para). Pas in 1938 had hij te Beek, bij Breda, af scheid genomen van zijn 70-jarige vader, wiens enigst kind hij was. Op 29-jarige leeftijd rukte de typhus hem weg. Ook de jonge levens van Jeroen Litjens (31 jaar) en van Jan Stevens (37 jaar) bezweken na enige jaren misieleven. resp. in 1924 en 1929. Aan de missie van Surabaja ontvielen in 1936 de Pro-prefect Cornelis van Hal, uit Steenbergen, 46 jaar door malaria en André Weda uit Leeu warden, 30 jaar door typhus, terwijl de eerste Apostolisch Prefect, Mgr. Theophiel de Backere, einde 1935 van uitputting naar Nederland moest terugkeren (5 Juni 1945) en de eerste Aposto lisch Vicaris, Mgr. Michael Verhoeks, op 59- jarige leeftijd aan astma ten offer viel. (8 Mei 1952). Zo zouden wij de lijst onzer overledenen nog kun nen verlengen. Willem van Rutten, uit Berkel (Z.H.), een onzer missionarissen in het H. Land te Jerusalem, op de Libanon, en te Beyrouth, die om goed tot het volk te kunnen gaan vlot ara- bisch had geleerd en die, na zich onverpoosd aan de zieken van het groot hospitaal te Beyrouth letterlijk te hebben weggeschonken, aldaar op 13 Juni 1932 aan een acute crisis van uremie bezweek, met de woorden op de lippen: „Laten we de goede God toch goed beminnen. Hij alleen telt". En dan die „goede mijnheer Kees de Wit", uit Purmerend, die 20 jaar lang uit het moor dend klimaat van het vervolgde kuddeke te Alitiena in Abessinië, de lezers van ons Missie tijdschrift op de „Brieven van Dillibis" vergast te. Hij leefde leed en strierf als een heilige, 49 jaar oud, de 26 October van datzelfde jaar. Anderen die nooit in de Missie zijn geweest, stierven tamelijk vroeg in Nederland, om van hen slechts te vermelden de sympatieke figuur van Mijnheer Piet Wolters, ook een van drie ge broeders, die bovendien op dezelfde dag werden gewijd, Piet Wolters, wiens benen tenslotte door aderverkalking geheel verlamd waren en die men verschillende jaren met zijn ziekenwagentje in Panningen kon ontmoeten, blijmoedig dra gend zijn langdurige beproeving. Offers, ja, O.L. Heer heeft er gevraagd, zelfs bloedige. Maar laten we het anders zeggen: God zegende met bloedige offers, want zo ziet het de christen met de ogen van het geloof. In de 2e helft van zijn 50 jaren mocht het Missiehuis „martelaars" verwerven, in zijn missie in China. De beslissende uitspraak hierover blijft vanzelf sprekend aan 't gezag van de Kerk. Maar onder de groep die de 9e October 1937 te Chengtingfu rondom Mgr. Schraven uit Lottum vielen, was een jong priester van 29 jaar en pas twee jaar in China, die geheel zijn opleiding in Panningen had genoten: Gerrit Wouters uit Breda, op 21 Juli door Mgr. Lemmens gewijd in de parochie kerk van Panningen. Samen met zijn klasgenoot Hubert Schlooz uit Venlo, reisde hij datzelfde jaar naar China. In een brief van 17 Februari schreef hij o.a. „Ik voor mij ben buitengewoon tevreden in mijn nieuwe werkkring. Ik geloof wel dat het een tamelijk zwaar leven gaat wor den, maar ook een mooi leven". Die laatste woor den klinken als een echo op het bovenaange haalde woord van Mgr. Schrijnen. Het Japanse leger rukte op in 1937 en ook Chengtingfu werd ingenomen. Terwijl alles weer enigzins tot rust scheen gekomen, en men de 9 Oct. 's avonds in de eetzaal zat, kwamen op eens soldaten binnen, blinddoekten alle Euro peanen, (de Chinese priesters werden ongemoeid gelaten) en voerden ze geboeid weg. Er volgde een maand van angstige spanning, die eindelijk gebroken werd door het ontstellende bericht, dat alle weggevoerden waren omgebracht. Waar om? Nog altijd hangt er een soort sluier over die gebeurtenis, maar het lijkt wel zo goed als zeker, dat Mgr. Hubertus Schraven en zijn ge zellen de dood ondergingen omdat zij vrouwen en meisjes in bescherming hadden genomen te gen ruwe stoottroepen van het binnenvallende leger. Onder de slachtoffers was eveneens Broe der Antoon Geerts (62 jaar), die na een lang durig verblijf in het Vicariaat Yungpingfu, enige tijd in Panningen woonde, maar in 1934 weer had gevraagd en gekregen om opnieuw naar China te mogen gaan. Een soortgelijk geval deed zich voor in 1950. Joseph Theunissen uit Venlo, priestergewijd te Panningen door Mgr. Schrijnen in 1915, werd op 1 September, midden in de nacht weggevoerd en in een rijstveld neergeschoten. Ook hij was kort te voren opgekomen voor eer en deugd. Joseph Theunissen was een eigen neef van Max Joosten en zijn zuster Emiiie. Als toonbeeld voor onze aalmoezeniers rijst de figuur op van Gerard v. Ravesteijn. Zijn vriend Hoofdaalmoezenier Jacq. Bruno, die we reeds vermeldden, schreef zijn kforte maar boeiende levensschets, (en tekende onbewust daarmee ook een prachtig zelfportret!) Aalmoezenier van Ra vesteijn was met zijn jongens op de kruiser „Java" die in de zeeslag van 27 Febr. 1942 roemvol ten onder ging. Een ooggetuige, aldus Aalm. Bruno, een Indische .jongen, vertelde mij: „Ja, Pastoor van Ravesteijn, öf ik hem ken! Hij stond nog op het dek om de mensen aan te moedigen en met ons te bidden, toen het granaat- vuur over het dek vloog. Daarna heb ik niets meer gezien, want eventjes later kregen we 'n torpedo en voordat ik er iets van snapte lag ik pardoes in het water." Hij is terecht genoemd: „De Priesterheid van de Javazee." En mogen we verzwijgen wat, met zovele andere missionarissen ook de onzen, uit Panningen af komstig, hebben geleden en sommigen nog lijden in de concentratiekampen of gevangenissen van China of Java of elders? We gedenken met sym pathie, we gedenken in ons gebed, Jacques Huis mans uit Middelharnis, en Henri Hermans uit Maasbree, die nog in de gevangenis lijden voor de naam van Christus. Niet zonder lijden, en dikwijls zware offers. Ze lagen weliswaar verspreid over vijftig jaren deze offers, en in verschillende landen, maar thans samengebundeld tot een garve, vormen deze volle korenaren, 'n waarborg en een troost dat er iets tot stand mocht komen. Volle aren van offergeest, samengebundeld ook met de of fers van ouders en familieleden, van Congregatie en Confraters, medemissionarissen, bij wie het heengaan van een werker, de hitte en de last van de dag op de schouders van anderen ver meerdert. Een troost toch was het voor allen. Mochten we niet telkens constateren hoe het voor de nabestaanden naast de droefheid een bron was van geestelijke fierheid: „We zijn trots zulk een missionaris te mo^en bezitten!" Het prikkelde tevens onze missiegeest. Toen mijnheer Johan Aben, zo onvoorziens, en kele weken na aankomst door de gele koorts werd weggemaaid, maakte de Aartsbisschop van Fortaleza, Mgr. Manuel Gomes, een goede vriend van de Lazaristen zich bekommerd, en vroeg aan Padre Luiz, de reisgezel van mijnheer Aben: „Ze zullen zich daarginds in Nederland toch niet laten ontmoedigen?" „Ik meende," zo ver volgde Padre Luiz, in een brief waarin hij de bijzonderheden van dit tragisch sterfgeval had verteld, „ik meende uit aller naam te mogen ant woorden: Integendeel, Monseigneur! De huurling vlucht, maar de goede herder geeft zijn leven voor zijn schapen..." Zo dacht ook de H. Vin- centius over de moeilijke missie van Madagascar. Onze eerste Nederlandse Provinciaal, mijn heer Henri Romans, getuigde later: „Toen het droevige nieuws vernomen was, zijn er direct bij me gekomen om de plaats van m'nheer Aben te mogen gaan innemen." Dit alles geeft vertrouwen voor de toekomst. Christus' Kruis verloste de mensheid. De H. Kerk zegent nog steeds met het teken van het Kruis. T~ Dat er iets merkwaardigs zit in die tocht van de „Sterre der Zee" door alle Parochie's van Limburg hebt u zelf kunnen zien. Dat er veel goeds gebeurt in alle Parochies, is voor ieder een duidelijk. Dat iedereen, die het meemaakte, er niet slechter van werd, is al een verdienste! Het aantal Parochies kunnen we nog tellen als ook het aantal ziekenhuizen, kloosters en Insti tuten waar de „Sterre der Zee" even was al beloopt dat ook reeds meer dan 200. Het aan tal deelnemende gelovigen, babys en kleuters en zieken en ouden van dagen en vaders en moeders en kinderen kunnen we nog enigszins schatten, al raakt dat ook de 300.000het aantal dagen en nachten van onafgebroken ge bed kunnen we nog tellen, al zijn 't er meer dan 400 tot heden. Maar het voornaamste kan in geen enkele statistiek samengesteld worden: de hemelse genaden en gunsten, die door Maria's duidelijke bemiddeling over de vertrouwende biddende massa's worden uitgestrooid. Dekenaat Helden: 'n schone Meimaand is 't, voor uw Parochies rondom de „Sterre der Zee". Iedere Parochie, ieder Dekenaat doet het anders gij doet 't met uw eigen, rustig karakter van midden-Limburg; maar gij doet het waar dig en goed. Gij raakt er misschien niet zo direct voor in „vuur en vlam", maar gij maakt geen bezwaren ertegen. Gij zijt er stil van overtuigd dat het goed en nodig is in onze tijd, en gij zoudt het voor uzelf ook een oneer vinden om niet ten volle mee te doen. Gij doet alles wat van u gevraagd wordt ter ere van de „Sterre der Zee" met die eenvoudige vanzelfsprekend heid Het „geheim" van de „Sterre der Zee" Maria trekt door onze tijd Maria trekt de harten van de mensen naar haar Moederhart. Eenzelfde geloof, eenzelfde vertrouwen, eenzelf de liefde brengt ons allen samen als kinderen van eenzelfde Moeder in de hemel. Hoe is het toch te verklaren dat dergelijke da gen van geestelijke „hoogspanning" overal sla gen?Er wordt wel veel gevraagd van de mensen, maar ze doen 't en ze doen 't graag en vrijwillig. Ik heb vele mensen ontmoet die er trots op waren dat ze b.v. urenlang in de kerk hadden doorgebracht, ook midden in de zwaarste uren van de nacht. Erover klagen, heb ik nooit gehoord. Is dat niet een teken, dat dergelijke geestelijke „schok", die er door de massa gaat, wel aan een noodtoestand, een ver langen beantwoord? Hoe dat alles te verklaren? Zeker, het- Is het werk van onze zeer beminde Bisschop, die heel zijn Bisdom oproept rondom zijn dierbare „Sterre der Zee" en het is zeer treffend te zien, hoe Vader Bisschop op onver moeibare wijze zijn zegenende kruisjes verme nigvuldigt tot onvergetelijke herinnering voor vele moeders. Het „succes" van de „Sterre der Zee"Ook als de Bisschop soms zijn „Sterre der Zee" niet kan begeleiden: er komt geen mens minder om! Reclame wordt er niet voor gemaakt; u hebt er nog geen aanplakbiljetten over gezien of grootscheepse advertenties! De kapitaal kracht van deze „onderneming" is droevig en wat die paar Paters vaak met schorre stem rondom Maria's genadebeeld vertellen is wel stichtend en mooi, maar 't kan toch dat steeds groeiende „succes" niet uitleggen. Altijd hetzelf de verhaaltje; altijd dezelfde intenties; altijd 't zelfde liedjeen de mensen komen; steeds weer opnieuw; urenlang vrijwillig en graag Maria zelf zoekt haar wegen de mensen bidden, al vallen zij er bijna bij neer van de slaap! O, die nachten!en toch: de „Sterre" straalt het schoonst midden in de nacht! Wie zou durven wegblijven? 't „Geheim" van dit succes?Ik geloof, dat het te zoeken is, in die diepe, onweerstaanbare kracht van een onafgebroken bidden en boete doenzonder één minuut onderbreking In die zware uren van de nacht, wordt door 't stille gebed en 't zware offer van duizenden, hemelse genaden afgedwongen, die wij anders nooit zouden krijgenGaat de kerk, waar de „Sterre der Zee" staat 's nachts sluitenen ik geloof dat ge kunt ophouden met de tocht van de „Sterre der Zee". Dekenaat Helden, tot heden hebt gij op een zeer voorbeeldige wijze gehoor gegeven aan de ver wachting van Vader Bisschopgij had het moeilijk beter kunnen doen.... Gij zult de „Sterre der Zee" niet vergeten. Zij zal ook u allen niet vergeten. Pater H. J. M. Polman, Montfortaan. ZATERDAG 23 MEI 7 uur vertrek per 'aui.o van Maasbree n. Baarlo' DINSDAG 26 MEI 7 uur vertrek per auto van zusters te Baarlo naar Kessel DONDERDAG 28 MEI 6.30 uur vertrek van Kessel naar Kesel-Eik VRIJDAG 29 MEI 7 uur vertrek per auto van Kessel-Eik n. 'Helden ZONDAG 31 MEI 6 uur sluiting te Helden in de openlucht. 6.30 uur vertrek per auto n. Blerick (Boekend) Sao Benedito da Serra Grande, Beloken Pasen. -:- Dierbare Dorpsgenoten en Missievrienden, Het is al een lange tijd geleden dat ik iets heb laten horen uit ons Brazilië, dus wordt het tijd wat te komen vertellen van ons leven en streven onder de Braziliaanse zon. Sedert Maart liggen de volksmissies stil, want de wintertijd is zaai en maaitijd. Jammer genoeg moet ik u vertellen dat 1953 geen goed jaar geweest is of beter gezegd geen goed jaar zal worden, het wil maar niet rege nen en als 't regent, is 't de moeite niet waard. Er zijn plaatsen in het binnenland waar het nog geen druppel geregend heeft en waar dus de zwarte armoede overal rondwaart op zoek naar slachtoffers en die ze maar al te gemakkelijk overal aantreft. Dezer dagen zei nog iemand tegen me, die ie mand had zeker de radio beluisterd of de krant gelezenkunnen die Hollanders het overtol lige water van de overstroming niet doorsturen naar ons, wij hebben gebrek aan water en in Holland hebben ze veel te veel." Het is werkelijk waar, in Holland vechten ze tegen het water en wij smeken dagelijk in gebeden water van de hemel af om onze droge rivieren te vullen en wasdom te geven aan ons korreltje rijst en maïs. Het is niet alleen de Ceara die van de droogte te lijden heeft, de buurstaten verkeren in de zelfde conditie: geen regen, geen water en dus geen oogst en als gevolg bittere armoe en diepe ellende. Velen trekken dan ook weg om waar schijnlijk nooit meer terug te keren, het is droe vig die arme stakkers te zien langs de wegen zonder toekomst op weg, naar het land van overvloed dat ze nooit zullen vinden. Er zijn al duizenden bewoners van de Ceara naar 't Noor den en het Zuiden getrokken zodat er zelfs een leuke anecdote bestaat over die geweldige volks verhuizing: Een Cearense verwisselde het tijdelijke met het eeuwige en toen hij boven bij Sinte Pieter aan kwam werd hij met veel vreugde ontvangen. Het was een brave ziel geweest en had zoveel geleden hier op aarde dat hij aanstonds de hemel binnen mocht zonder te passeren langs het vagevuur. Welnu, Sint Petrus zei tegen die gelukzalige ziel: Al degenen die in de hemel binnenstappen zonder langs het vagevuur te passeren, mogen van de goede God 'n wens uitspreken en die zal onvoorwaardelijk ten uitvoer worden gebracht. Welnu de Cearense vroeg aanstonds aan de hei lige sleutelbewaarder toch flink wat regen te sturen naar de Ceara, want we hebben van alles doch er ontbreekt ons regenToen zei Sint Petrus: „Best, mijn vriend, maar waar ligt er gens de Ceara?" Toen gaf de gelukzalige ziel ten antwoord.... U kijkt maar naar beneden en waar u veel plathoofden ziet zo worden de Cearen- sers genoemd), daar ligt de Ceara en laat daar de regen neerkletsen.... Welnu enige dagen daarna publiceerden de kran ten van Sao Paulo, dat een ware zondvloed de ri vieren buiten haar oevers deed treden en in de Ceara bleef alles droogConclusie: er waren al zoveel cearensers geëmigreerd naar de staat Sao Paolo, in het zuiden van Brazilië, dat toen Sinte Pieter naar beneden keek, aanstonds een massa plathoofden zag en natuurlijk meende daar is de Ceara en de regen kletste neer op die plathoof den, cearensers inderdaad, doch geëmigreerd naar het ZuidenWe kunnen er wel eens de gek mee steken, doch de werkelijkheid is, dat we diep in de put zitten en als heel Brazilië niet te hulp schiet, zullen er veel mensen omkomen van honger en gebrek. De droogte heerst vooral in de vlakte en niet zo zeer in de bergen, daar valt meestal genoeg regen en daarbij droogt de zon niet zo vlug alles op, zelfs als er enige dagen geen regen valt, de grond blijft tamelijk vochtig en de planten ver dorren dus niet gemakkelijk. N U kunnen wij spreken van een drie-jarige droogte, want sinds 1950 hebben we geen echt winterjaar meer gehad, de toestand is daarom zeer critiek en als er niet spoedig hulp komt op dagen, zal het leed niet te overzien zijn. Moge God ons gebed verhoren, vooral vanwege de kin deren en de dieren die immers ook recht op leven hebben. Dan moet me nog een klacht of zucht van het hart.... dikwijls worden aalmoezen opgehaald en in plaats van terecht te komen in handen van armen en wezen, blijven gewetenloze schurken met het geld in handen om het te verbrassen of onrechtvaardig te besteden voor een doel waarvoor het niet gegeven werd. Dat is allemaal koren op de molen van de communisten, die bij storm en wind zaaien en daarna een rijke oogst trachten binnen te halen van ontevredenheid en opstand. Toch hoop ik in Juni de missies te kunnen be ginnen, want Gods werk mag niet stil blijven liggen. Broer Wim en pater Reinders treffen het wel niet om nu juist een hongerjaar mee te ma ken en te zien wat het zeggen wil de hand uit te steken om een aalmoes ter liefde Gods. Broederlijk naast elkaar geven ze met hun twee- en les op het seminarie en zo leren ze in korte tijd de taal, aangezien ze dagelijks in contact blij ven met brazilianen. Pater Reinders droomt evenwel al over de Tocantins, waar hij spoedig hoopt te kunnen werken dichtbij Pater Frans Hoogfeest van Pinksteren. Toen de Geest Gods, welke op de dag der Schepping over de wateren zweefde op de dag der Herschepping de in stormwind en vuur ten leven gewekte Gemeenschap der Kerk met zijn adem bezielde, openbaarde Hij in Zijn uiterlijke verschijningsvorm ook Zijn wonderbare werking als de grote Ver nieuwer der zielen. De geest kwam in storm en vuur. Een storm, die de luchten zuivert, al het dode en verdorde wegvaagt en in een geweldig ruisen de zielen beroert, zodat zij bevrijd en verlost van veel valse gehecht heden, met een vrijer en ruimer hart open staan voor Gods waarheid; een vuur, dat verwarmt, ontgloeit en in een laaiende gloed van levende vlammen ontsteekt, wat eerst doods was en koud. Beckers, dat zijn dan twee Kepélse bij elkaar en een Dorper, want sinds jaren werkt neef Pierre in het tocantijnengebied. Nog niet lang geleden was neef Pierre bijna door de indianen verrast, die meestal niet veel goeds in hun schild voeren. Een troep Indianen verschenen op een mooie zomerse dag tegen over Tucurui, aan de overzijde van de Tocan tins. Een aantal mannen roeiden er naartoe en begonnen aanstonds een handeltje met de indianen. Ze ruilden messen en andere kleine voorwerpen voor pijlen en bogen, eensklaps legde een Indiaan een paar pijlen op zijn boog en schoot pardoes in het hart van een der bewo ners van Tucurui. Toen vluchtten ze weg. Neef Piere was net van plan geweest ook eens te gaan kijken en te proberen met de Indianen contact aan te knopen. Nu kon hij niet beter doen dan een dode begraven, vermoord zonder vorm van proces door een woeste indiaan. Nie mand weet waarom hij dat deed en nog eens te meer hebben we het bewijs, dat de indianen niet te vertrouwen zijn. Wanneer zal Onze Lieve Heer die arme zielen roepen tot zijn rijk der ge nade, we weten het niet! Het bloed van twee pa ters Salesianen die enige jaren geleden vermoord werden door de wilde en bloeddorstige Chavan- tes, langs de Araguaya, moge het zaad zijn van toekomstige christenen onder die wilde oerwoud bewoners. Bidt veel voor ons en ons werk en ik hoop, dat God ook dit jaar ons werk weer rijkelijk moge zegenen. Nogmaals, beste vrienden, wij rekenen op u allen, op uw missieliefde en daadwerkelijk gebed. Met vriendelijke groeten als steeds. Padre J. Alberto Hermans, C.M. Missionario De Pinksterervaring is een brand, die, eenmaal ontstoken, onder de mensheid nimmer meer uit dooft en hierdoor het Woord van Christus ver wezenlijkt: „Vuur ben Ik komen brengen op de aarde, wat wil Ik anders dan dat het brande?" (Luc. 12. 49). De komst van Gods Geest brengt een omwenteling in heel de wereldgeschiedenis, zoals 't een totale ommekeer bracht in de kleine gemeente der eerste Christenen. De kleingelo- vigen en om een eerste plaats in het Rijk van de Messias twistenden, die in Christus' stervens nood wegvluchtten of Hem zelfs verloochenden, werden tot mannen, vurig van geest, die, ver vuld van heldenmoed en offerzin, uittrokken in heel de beschaafde wereld en het vuur brachten zowel in de hutten der slaven als in het paleis van de keizer. Want de geest was over hen verschenen in vu rige tongen, opdat zij ook met de tong en het le vende woord getuigenis zouden afleggen vóór de Christus, niet slechts in Jerusalem en Judea en Samaria, maar tot aan de grenzen der aarde (Hand. 1, 8). En dan voltrekt zich de derde ver schijning van de Geest, in het wonder der talen. Parthen, Meden en Elamieten, allen bewoners der bekende wereld tot de Kretenzen en Arabie ren toe, zij allen horen „in hun eigen taal ver kondigen de grote werken Gods". Hier openbaart zich de katholiciteit, de algemeenheid en eenheid van het Pinksterwonder: niet aan de eenling, maar aan heel de mensengemeenschap behoort de Geest Gods. De goddelijke werkelijkheid is ge lijkend bestemd voor allen. Waar menselijk bouwen aan trotse torens van Babel eindigt in spraakverwarring en onenig heid der bouwlieden, daar verzamelt de Geest geheel de familie de volkeren in de eenheid der liefde. Het goddelijke toch spreekt een taal, die allen gelijkelijk verstaan. De Geest schept het Pinksterwonder van de nieuwe mens, opgenomen in de liefde Gods. Heel het geheim van Schepping en Verlossing, van de Kerk, van God en wereld, vindt zijn oorsprong in de liefde van de H. Geest, de zichzelf weg schenkende liefde Gods, die liefde, welke God zelf is. Die liefde moet ook ons bezielen. Wij moeten mensen zijn van de H. Geest, van de lief de, die wegschenkt in overvloed. Kinderen van een Kerk geboren in storm en vuur, moet ook ons werken getuigen van een stormachtig Chris tendom, van een brandende en levende geest, die de harten der mensen in een van haat ver scheurde en door onrecht verharde wereld ver warmt met de gloed van de H. Geest, die alleen het aanschijn der aarde vernieuwt. Kom, H. Geest, vervul de harten Uwer gelovigen en ontsteek in hen het vuur Uwer liefde! Mijnhardt Hoofdpijnpoeders. Doos 47 ct. Mijnhardt Hoofdpijntabletten. Koker 80 ct.

DIGITALE PERIODIEKEN IN DE VOORMALIGE GEMEENTEN HELDEN, MEIJEL, KESSEL EN MAASBREE

Midden-Limburg | 1953 | | pagina 1