1-7:1 7 1 =1-1 ONS MISSIEHUIS „ST. JOSEPH" ^iontfersnood in de dfirazitiAunse Missie van PadreMet-mans Zarugkaar in da UJarald \a\m en opgewekt door de heerlijk GEMEENTE HELDEN Ook Spierpijn VlbWjtt gezonde WRIGIBV NUMMER 42 33E JAARGANG ZATERDA® 16 MEI 1953 VERSCHIJNT WEKELIJKS „IK HEB U UITVERKOREN OPDAT GIJ VRUCHT MOOGT DRAGEN" c*e t/e echte kauwgom IUWÓ uit d^y PANNINGEN BERINGE GRASHOEK UITGAVE L. KASSTEEN MARKT lMidden -JZimbufa Hf KT 28, PANNINGEN - REDACTIE EN ADMINISTRATIE: POSTBUS 2, PANNINGEN, TELEFOON K 4760-492 - GIRO 15718 - REDACTIE H. KASSTEEN Abonnementsprijs 5.- per jaar bij vooruitbetaling Advertenties 10 et per mm, bij contract belangrijke reductie Kleine advertenties (te koop e.d.) minimum 50 ct, uitsluitend bij vooruitbetaling Wij beschreven het 'Missiehuis, de woning, het verblijf. Maar een huis is als een lichaam dat op zich zelf maar stof is: de geest, de ziel doet het leven. Wie deze wil vatten houde één dag voor ogen, een hogetepunt, waarop al het streven en werken is gericht en wordt bezegeld, een hoogte punt dat tegelijk 'n uitgangspunt is van vrucht baarheid voor het Rijk Gods. Bidden en werken en streven van de candidaten tot het H. Pries terschap zelf, - bidden en werken en streven van hun leiders en professoren, - bidden en streven en werken ook van onze Broeders en van allen die op welke wijze ook 't hunne bijdragen, - heb- i)en geen ander doelwit, en dat is de dag van ae II. Priesterwijding. Daarvoor bestaat een groot-seminarie, waarmee in het Missiehuis ge- paa^fcgaat de vorming tot het leven volgens St. ^^centius' regel. Lessen in wijsbegeerte en godgeleerdheid, H. Schrift, en al wat daarnaast nog van een goed onderlegd priester voor de tegenwoordige tijd is vereist, vorming van geest en hart tot oprechte deugd en vroomheid, - heb ben hun uitzicht op dat moment. Een groot seminarie is, ze^en of acht jaar lang, een opgaan niet zonder heilige schroom, om bekwaamheid te verzekeren en krachten te peilen, voor die: „Nooit genoeg volprezen staat Die d'Engelen zelf te boven gaat." Drie en veertig maal heeft het Missiehuis zulk een dag gekend en wanneer we de eerste halve eeuw van ons bestaan afsluiten, zullen we ons mogen verheugen hier 374 priesters aan de Kerk te hebben gegeven, waarvan er 349 in Panningen zelf werden gewijd. De eerste vier jaar, d.i. tot en met 1907, was ons getal en ons kapelletje te klein om de plechtig heid in ons midden te mogen verlangen. De wij delingen van 1904 gingen naar de St. Jan van 's Hertogenbosch, die van 1905 naar 't groot seminarie Hoeven, die van 1907 naar Weert bij de PP. Franciscanen, terwijl nog drie Fransen 2 in 1905 en 1 in 1906) wegens de franse dienstplichtregeling door een concordataire-Bis- schop, dus te Parijs, moesten worden gewijd. Ook een tiental duitse fraters studeerden hier tijdelijk, en werden elders gewijd. Nauwelijks was echter de grote nieuwe kapel gereed geko men of de Superior nodigde Roermonds Bisschop Mgr. Josephus Drehmans uit om in Panningen zelf het schooljaar te willen bekronen, waaraan deze gaarne gehoor gaf. Het geschiedde op St. Jan, 24 Juni 1908. De vijf uitverkorenen waren: de twee gebroeders Bernard en Jan Keunen, Cornelis Klamer, Jean Ramakers en de duitser Joseph Könenberg, allen behalve de Z. E. Heer Jan Keunen, reeds overleden. De Bisschoppen van Roermond zouden zulk een bezoek nog menigmaal herhalen. Van de 349 candidaten hebben zij aan 234 de handen op gelegd. Mgr. Laurentius Schrijnen wijdde er 63, Mgr. Gulielmus Lemmens reeds 155 en zijn Co adjutor Mgr. Antonius Hanssen 11, (in 1951). Als een eervolie bijzonderheid vermelden we dat Mgr. Lemmens op 24 Juli 1932, zijn allereerste priesterwijding in ons Missiehuis verricht) Bui ten de bisschoppen van het diocees hebben nog elf Missiebisschoppen een schooljaar bekroond: Mgr Joan. Bapt. Hofman, O.F.M. (uit China) in 1909, 1910 en 1912; Mgr Gregorius Vuilsteke, O.P. van Curaeao in 1913; Mgr Franciseus Wolff, S.V.D. (van Togo) in 1921; Mgr Arnold Verstraelen, S.V.D. (van Flores in 1922; Mgr Joan. Michaël Buckx, S.C.I. van Finland in 1923, 1936 en 1939; - Mgr Charles Lasne van Madagascar in 1911; Mgr Franciseus Geurts van Yungpingfu in 1914 en 1926; Mgr Fran ciseus Schraven (van Chengtingfu) in 1925; Mgr André Defebvre (van Ningpo) in 1930; Mgr Eu gene Lebouille (van Yungpingfu) in 1931; Mgr Franciseus Beekman (Aartsbisschop van Pan ama) in 1949. De zes laatsten allen Lazaristen. Driehonderd vier en zeventig priesters in een halve eeuw, geeft 'n gemiddeld aantal van ruim zeven priesters per jaar, iets wat misschien op 't eerste gezicht enigszins teleurstelt. Sommigen zouden meer hebben verwacht. Toch is het bij enig nadenken, bevredigend. We dienen, gelet op de omstandigheden, in de afgelopen 50 jaar, vier tijdruimten te onderscheiden. Allereerst het beginstadium van 1903 - 1914: ruim 4 per jaar. Men bedenke dat het Missiehuis slechts een af deling was van het Moederhuis te Parijs. De stu denten van Wernhoutsburg gingen vooral naar Parijs en ook naar Panningen, doch slechts het kleinste gedeelte: nl. zij die de vrijstelling van hun militaire dienst moesten waarborgen en zij die zwakker van gezondheid waren. Er komt verandering in de jaren 1915 - 1926: een stijging tot 7 per jaar. Reden hiervan is dat wegens het uitbreken van de eerste wereldoorlog tussen Frankrijk en Duitsland, alle nederlandse fraters uit Parijs naar Panningen werden gezonden, en voortaan ook alle aspiranten van Wernhouts- burg. In Augustus - September 1914 verdubbelde het aantal inwoners: een aanwas van meer dan dertig man. Helaas, er volgde van 1927 - 1934 opnieuw een inzinking tot gemiddeld vier per jaar. Het was de terugslag van de crisis die Wernhoutsburg doorstond in 1918, toen Parijs besloten had ons Klein-Seminarie te sluiten. Tot dan toe hadden vele minder bemiddelde studen ten genoten van Frankrijk's spreekwoordelijk edelmoedige missiesteun. Maar het Moederhuis verkeerde zelf in nood, De laatste jaren had het al „bezuiniging en inkrimping van 't leerlingen aantal" voorgschreven. De oorlog had boven dien de rangen van de franse seminaristen zeer gedund, en nu de atmosfeer wat gunstiger was moest alles eerst op Frankrijk worden gecon centreerd. Het was voor Nederland een pijnlijke slag, waaraan niet scheen te ontkomen. Meer dere onzer studenten hadden onder de vacantie reeds naar een ander Seminarie uitgezien. Pas de 28e Augustus kwam een gunstig antwoord binnen op 't voorstel van de Nederlandse Laza risten om zo mogelijk met eigen midelen „hun" seminarie toch in stand te houden. Wernhouts burg blééf bestaan, maar het schooljaar begon met niet meer dan 'n veertigtal studenten. Gods zegen, die Wernhoutsburg's beproeving geleide lijk aan weer deed te boven komen, openbaarde zich in Panningen vanaf 1935. Nu klom het aantal wijdelingen tot gemiddeld 10 per jaar. De wijdingsdag, zo zeiden we, is ook een uit gangspunt, een nieuw begin. Christus, die naar het woord van St Vincentius, tijdens de drie jaren van zijn openbaar leven, zich gaf om twaalf priesters te vormen, bekleedde hen op de dag van Zijn Hemelvaart met een zending: Gaat, en onderwijst alle volken. Gaat en predikt het Evangelie over heel de wereld. Dit wachtwoord van de Meester is in Panningen haast letterlijk in vervuling gegaan, tot 1921, en alhoewel in geringere omvang, ook nadien. Tot 1921 besliste het Moederhuis over de bestem ming van de jonge priesters en verdeelde ze over de talrijke missiegebieden, aan haar zorgen toe vertrouwd. Na 1921, toen een Nederlandse pro vincie was opgericht (19 Maart op St Joseph) gingen zij naar de eigen gebieden van deze pro vincie, die minder in getal waren. Ongeveer 70 van de jongere priesters verlieten hun familie en vaderland. De overigen werd een taak in Nederland in onze Seminaries, en sinds 1916 in onze Rectoraten, vooral van de Limburgse mijn streek toegewezen. Van hen die bestemd waren voor den vreemde vertrokken er tot 1921: 35 naar Noord of Zuid China, 2 naar Syrië, 2 naar Turkijë-; 1 naar Abessinië, 1 naar Madagascar; 7 naar Brazilië, 4 naar Columbië, 2 naar Ecuador, 7 naar Boli via, 3 naar Midden - America, 1 naar Noord- America; 1 naar 't eiland Madeira, 1 naar Bel gië, 2 naar Italië, 1 naar Portugal. Na 1921 vertrokken er 35 naar China, vooral voor Yungpingfu, 56 naar Java (Surabaja), 2 naar Noord-America, 2 naar Panama, 64 naar Brazilië, 4 naar Bolivia (deze missie behielden we maar tot 1927), 2 naar Chili, 1 naar Madeira, 1 naar Duitsland, 3 naar Denemarken; naar Korea 2 aalmoezeniers. Van de franse confraters die hier tijdelijk stu deerden, gingen er later ook nog drie naar Ma dagascar, van de duitsers vier of vijf naar Mid den-America: Costa Rica. De nationaliteiten hier in het Missiehuis ver tegenwoordigd, waren: Nederlanders, Belgen, Duitsers, Fransen, Ieren, Javanen, en Luxem burgers. Het Missiehuis viel ook de eer te beurt vier van haar oud-studenten tot bisschoppelijke waardig heid te zien verheven: Mgr Eugène Lebouille in 1928, eerst Coadjutor van Mgr Geurts, daarna zijn opvolger in 1940; Mgr Frans Beekman, in 1940, eerst coadjutor van de Aartsbisschop van Panama, daarna in 1945, zijn opvolger; Mgr Mi chaël Verhoeks in 1942, eerste Apostolisch Vi caris van Surabaja (overl. 8 Mei 1952); en Mgr Joannes Klooster, tweede Apostolisch Vicaris van Surabaja in 1953. Zonder bisschoppelijke waardigheid bestuurde Mgr Theophiel de Backere de missie van Sura baja als eerste Apostolisch Prefect van 1928 - 1935 (overl. 5 Juni 1945). In het Bisdom Yung pingfu staat Mgr Jan Herr jgers, sedert het af treden van Mgr Lebouille, thans als Apostolisch Administrator op die wel uiterst moeilijke post, achtergebleven als enige buitenlander. Tot 1942 werd de missie van Yungpingfu, bijna geheel bewerkt door oud-bewoners van Pannin gen, onder leiding van Mgr Frans Geurts, en met medewerking van 10 a 15 inlandse priesters door hen tot het priesterschap gebracht. Tot op de dag van vandaag zijn alle nederlandse mis sionarissen (ruim 50) van Surabaja in Pannin gen opgeleid, als ook de javaanse Lazarist Ig natius Dwidjasoesastra. Onder medewerking van drie javaanse seculiere prieters aan het Vica riaat verbonden is voor enkele jaren een klein seminarie door hen geopend om de verdere toe komst mede te verzekeren. In Brazilië, dat eigen lijk geen gezegd missieland is, werken, zoals ver meld, meer dan zestig Lazaristen uit Paningen afkomstig, en leiden de diocesane geestelijkheid op in diverse Klein- of Groot-Seminaries, geven langdurige en vermoeiende volksmissies, en ver zorgen het avontuurlijke gebied langs de To- cantins-rivier. In Brazilië zijn eveneens twee Broeders werk zaam: Broeder Piet Broeren (uit Roosendaal) en Broeder Theod. Neessen (uit Meijel). Op 7 No vember 1929, feest van de Z^l. Perboyre, namen zij afscheid van Panningen, en verlenen nu, al sinds bijna 25 jaar, te Fortaleza hun zeer ge waardeerde diensten. De 13 missionarissen uit dë gemeente Helden gingen naar zes verschillende gebieden: 1 naar de Verenigde Staten van N-America: Leo Ebisch; 1 naar Bolivia: Guillaume Janssen (overleden 2 Febr. 1918)5 naar Brazilië: Frans Beckers, Pierre, Jan en Wim Hermans, en Martin Rein- ders; 2 naar China: Henri Claessen en Pierre Mewiss; 1 naar Denemarken: Guil Gommans; 3 naar Java: Theod. Heuvelmans, Gerard Smets en Jan Verrijt. Missionarissen uit China of Java teruggekeerd, zijn kort geleden ook vertrokken naar Noord- America (6), en Centraal-America (3, o.a. ook Pierre Mewiss). En overal wordt, onder Gods zegen, vruchtbare arbeid verricht doch niet zonder lijden en dikwijls grote offers, waarover in 't volgende nummer. I en rheumatische pijnen wrijft U weg: met Sobral, 27 April 1953. -:- Geachte Missievrienden, Ondanks de sombere vooruitzichten van honger en miserie, wil ik toch nog eventjes komen pra ten met mijn dorpsgenoten. Het onderwerp zal natuurlijk moeten neerkomen op 't gebrek aan hemelwater, met als gevolg: geen rijstoogst, geen maïs en geen bonen. Helaas sinds drie jaar hebben we geen goeie wintertijd meer gehad. 1951 was een heel slecht jaar. Wat ons toen nog 'n beetje op de been gehouden heeft, was de hoge prijs die de wereldmarkt bedacht had voor onze katoenvrucht, die immers de ruwe katoen levert voor de fabricage van velerlei stoffen. 1952 was een slap jaar. Sommige streken kenden een regelmatige oogst, doch 't grootste deel van de Ceara bracht niets op. Al onze hoop was gevestigd op 1953. Helaas, de regens bleven uit en zo 't al regent in sommige streken, veel mensen zijn als echte landverhuizers, weggetrokken naar betere stre ken, uit vrees bij telang wachten, om te komen van honger en dorst. Dat de laatste jaren de regen schaars is, bewijst wel het feit, dat een pastoor in het binnenland een put liet graven om toch water te hebben voor mensen en vee. Welnu de mannen hebben dagenlang gegraven tot een diepte bereikt werd van bijna 20 meter. Ik geloof dat een put in het dierbaar vaderland meestal geen twintig meter diep hoeft te zijn om overvloedig water te geven. Vroeger hoorde ik de boeren wel eens klagen dat het grondwater diep zat, maar naar ik meen hoeft men niet te graven tot 20 meter alvorens water te ontdekken. Nu is water nog wel geen luxe-artikel in Holland Hier moeten de mensen soms kilometers ver lo pen om drinkwater te bereiken. Voor koeien en schapen worden putten gegraven, die op zekere diepte genoeg water verschaffen, doch het wa ter is „salobra" d.w.z. van hoog zoutgehalte, onbruikbaar voor ons mensen. Dat zoutgehalte komt vooral vanwege de ondergrond die salpe- ter-achtig is, dus door infiltratie wordt het wa ter zoutachtig. Dieren drinken dit water met het grootste gemak, maar de mens kan zo'n water niet verdragen. Het ergste van de droogte is wel dat mens en dier niets meer vindt om te eten. Dan begint het trekken en zoeken, al bedelend trekt men langs 's Heren wegen, vuil, stoffig, in doffe berusting zoekend naar een plek beschutting tegen de on verbiddelijke hete zon. Vooral de kinderen krijgen het hard te verduren en sterven aan ondervoeding, koorts en buikloop. De regering probeert dan op allerlei manieren werk te verschaffen, aanleg van nieuwe wegen, bouw van bruggen en dammen. Er wordt dikwijls smalend de opmerking ge maakt: „Wij gaan vooruit als een hongerjaar aan de deur klopt", omdat de regering zich ge noodzaakt ziet grote werken uit te voeren om de mensen niet te laten kreperen van honger. En inderdaad de grote autowegen door het binnen land werden ontworpen en uitgevoerd in 1932, een hongerjaar. Het is ook enigszins te begrijpen. Als de winter goed is, werkt ieder voor zichzelf en gaat niet zijn diensten aanbieden aan de regering, die meestal slecht betaalt, vooral aan de gewone man. Het ergste is echter de materiële ellende brengt geestelijke ondergang met zich mee. Zegt Sint Thomas van Aquinen niet, dat de mens een zekere welvaart moet bezitten om goed te kun nen leven. „Zowel overvloed van rijkdom als ar moede die tot bedelen noopt, moet vermeden worden door hen, die deugdzaam willen leven". Ziedaar de woorden van een groot heilige. Wel kennen wij heiligen, die vrijwillig de ar moede uitkozen om beter God te dienen, doch zij waren reeds sterk in de deugd. Deze arme mensen, weggerukt temidden van hun familie en kennissen, zonder woning, zonder inkomen, op zoek naar een broodwinrij^.:, vervallen in een soort verwildering. Zo treffen we vrouwen aan, wier man weggegaan is met de verzekering om terug te komen, hij is verdwenen en leeft ergens anders met een andere vrouw. Vrouwen die verlaten zijn door hun man, zijn gaan samenleven met andere mannen, gehuwd of ongehuwde, om door hun arbeid niet om te komen van armoede. Zulke toestanden zijn niet goed te praten, maar zijn te begrijpen, vooral als we nagaan, hoe klein de geloofsovertuiging is bij die stakkers. Vooral in 1932 was het een hopeloze warboel. In 1942, ook een hongerjaar, heb ik letterlijk temidden van die armoe-zaaiers geleefd. Met be hulp van allerlei liefdadige instellingen hebben we toen veel leed kunnen lenigen. We hebben naakten gekleed, doden begraven en kindertjes gedoopt. Te paard trok ik er 's morgens op uit, zoekend naar die half verwilderde door God getekenden. Meestal vastgesnoerd aan het zadel nam ik een koffertje mee met hemden, broeken en rokjes volgepropt, om vooral de naaktheid te kleden. De meisjes en vrouwen durfden zich soms niet te laten zien uit zuiver schaamtege voel. Ik vroeg dan aan de mannen hoe groot of dik de meisjes en vrouwen waren om de nodige kledingstukken achter te laten. Ellendige toe standen. In tijden van honger hoor je voortdurend langs de weg en op straat dezelfde bede: „Uma esmola pelo amor de Deus". Een aalmoes ter liefde Gods. En als je dan iets geeft, krijg je als ant- woordwoord: Moge God je zegenen met geluk en fortuin, voor jezelf, je familie en al je vrien den en kennissen. De woorden van Onze Lieve Heer, „Armen zul je altijd bij je hebben", gaan wel heel letterlijk in vervulling voor ons in Brazilië. Er zijn na tuurlijk ook valse armen, die vragen om een aalmoes, omdat ze te lui zijn om te werken. Er zijn ook armen die met armoede gestraft wer den, vanwege hun wandaden. Ik heb een oude vrouw gekend, die gestorven is in de bitterste armoede, verlaten en geschuwd door iedereen. Zij was rijk geweest en volgens het zeggen van mensen, hardvochtig en zonder liefde voor ar men en wezen, die bij haar om een aalmoes vroe gen. Ze liet haar woeste honden op de arme bedelaars los en was ook gierig met haar huis genoten. Door slechte oogst en rampspoed ge raakte zij in armoede .en de laatste jaren van haar leven waren wel de bitterste van alle. Ze moest, om te kunnen leven, haar hand uitste ken voor een aalmoes. Beste vrienden en dorpsgenoten, bedenkt dat het in Helden en omstreken nog zo slecht niet is en als u eens iets moet missen, klaagt niet. Er zijn duizenden mensen, die niets hebben en dikwijls dagenlang honger lijden. Laten we voor elkander bidden en werken aan onze heiliging. Met hartelijke groeten. Padre Joao Alberto, C.M. Bemfica 3056, Forteleza (Ceara) ONDER HET ZOEKLICHT. De Jongensschool. Eindelijk is het dan zover. Ja geachte lezer, eindelijk schijnen dan de beno digde gelden vrij gekomen te zijn om een reeds jaren dringend noodzakelijk werkje in onze ge meente tot uitvoer te brengen. De speelplaats van de St. Franciscusschool te Panningen, waarvan een helft bij regenweer een modderpoel vormde en voor de moeders van schoolgaande jongens een nachtmerrie betekende is thans geheel van tegels voorzien zodat de twee speelplaatshelften (geplaveid en ongeplaveid) voortaan een mooi geheel vormen. Wie weet of er naar dit voorbeeld in de naaste toekomst een andere (niet nader te noemen) zo dringend nood zakelijke eenhied tot stand zal komen. Het zou goed zijn meneer! Vooral voor de leerlingen. Een heel wat vreugdiger toon dan in de litur gische gebeden van Zondag weerklinkt, zouden wij verwachten in deze tijd tussen de bijde hoog feesten van Hemelvaart en Pinksteren. Wij staan weer midden in de werkelijkheid van dagelijkse zorgen en strijd. Vroegen wij op Hemelvaart om wille van de opgestegen Cristus aan de Vader, dat „ook wijzelf met onze geest in de hemel mo gen verblijven", vandaag gevoelen wij, terugge keerd in het gewone leven zonder nog de ver troosting van de H. Geest te hebben ontvangen, de weemoed om het heengaan van de Heer. „Ik zoek Uw aanschijn, Heer. Wend Uw gelaat niet van mij af". (Intr.). Het gebed op Hemelvaart bedoelt echter geens zins een aansporing te zijn om ons uit de werke lijkheid van het practische leven te trekken. In tegendeel: het leven van iedere dag stelt zijn eisen, waaraan wij moeten voldoen. Maar iets toch is er in ons achtergebleven: de herinnering aan de ten hemel gevaren Christus. Onze geest blijft vertoeven in de hemel. Voortaan moeten wij er in de kommer en de beslommeringen van de dag hemels blijven denken. Eenzelfde gedach te wordt ook uitgedrukt in de Communio; „Va der, ik vraag U niet dat Gij hen wegneemt uit de wereld, maar dat Gij hen bewaart voor het kwaad". Een zware taak ligt van nu af op de Christen: bij alle wereldse beslommeringen bezield te blij ven door de gedachte aan de hemel, een taak, die naar het woord van de eerste Paus in het Epistel grote zorg en waakzaamheid vereist: „Weest voorzichtig en waakzaam in het gebed". Sinds Christus' heengaan immers ligt op de Christen de plicht van Hem te getuigen: „Ook gij moet getuigenis afleggen, omdat gij van den beginne bij Mij geweest zijt". (Evang.). Waar echter de wereld vol is van hoogmoed, hebzucht en eigenliefde, voert dit getuigenis van Christus onvermijdelijk tot een botsing met de levens opvatting der wereld. Wie dan ook in zijn leven nimmer iets heeft ervaren van de hardheid en de zwaarte van het voor Christus te moeten ge tuigen, mag zich terecht afvragen, of zijn Chris tendom nog wel meer is dan alleen een naam. Christus maakt zich dienaangaande geen illusies. Men leze er het tiende hoofdstuk van Mattheus maar eens op na: „Indien men de vader des huisgezins Beëlzebub heeft genoemd, hoeveel te meer dan zijn huisgenoten". (Mt. 10, 25). Hij moge dan de vorst des vredes genoemd wor den, Zijn vrede wordt slechts gewonnen door strijd: „Meen niet dat ik vrede ben komen bren gen op aarde. Ik ben niet gekomen om vrede te brengen, maar 't zwaard". Het Christendom is een zwaard, dat verdeelt en een scheiding brengt der geesten. „Ik ben verdeeldheid komen bren gen tussen een man en zijn vader, tussen dochter en moeder en 's mensen ergste vijanden zullen zijn huisgenoten zijn". Christus' blijde boodschap van vrede wordt nu eenmaal niet gepredikt aan een wereld, die vol verlangen naar het Godsrijk uitziet, maar veeleer worden de getuigen van Christus gezonden als „schapen midden onder de wolven". Maar daarbij beziten zij één kracht, die hen on overwinnelijk maakt: de beloofde Geest van de waarheid, wiens wezen liefde is. Deze Geest van waarheid ontsteke op het ko mende Pinksterfeest alle harten der Christenen door het vuur zijner goddelijke liefde, opdat zij temidden van de beslommeringen en zorgen van de dag de geest vurig en de harten brandende houden en, teruggekeerd tot de wereld, aan deze zo jammerlijk verscheurde mensheid een nieuwe geest en een nieuwe liefde weet te brengen. BURGERLIJKE STAND HELDEN Aangiften over het tijdval van 29 April t/m 6 Mei 1953. Geboren: Op 29 April, Vullings, Antonius Jo hannes Maria, Beringe 381; 1 Mei, Verstappen, Gerarda Gertruda Hendrika, Kerkstraat 50; 2 Mei, Heijnen, Gertrudis Johanna Maria, Meijel- seweg 14; 4 Mei, Hubertina Theodora Maria Jacobs, Beringe 381 a. Overleden: Geen. Huwelijken: Janssen, Gerardus Franciseus, oud 31 jaar, landbouwer, Everlo 175, en Joosten, Petronella Maria Theresia, oud 23 jaar, z. b., Beekstraat 7; Joosten, Joannes Wilhelmus, oud 43 jaar, landbouwer, wonende te Maasbree, en Stammen, Petronella Wilhelmina, oud 35 jaar, z. b., Zelen 178; Stammen, Andreas HendrikuSv oud 32 jaar, lanbouwer, Zelen 178, en Bos, Leo- narda Wilhelmina, oud 25 jaar, z. b., Zelen 163; Janssen, Peter Johannes Wilhelmus, oud 32 jaar, tuinier, wonende te Maasbree, en Leen- ders, Anna Gertrudis Regina, oud 29 jaar, z.b., Zandberg 497. Huwelijksaangiften: van Horen, Gerardus Jo hannes, oud 29 jaar tuinier, wonende te Deur- ne, en van Mullekom, Antonia Maria, oud 24 jaar, zonder beroep, wonende Grasboek 269; Schoeber, Wilhelmus Antonius, oud 38 jaar, loondorser, Grashoek 248, en Janssen, Maria Jacoba, oud 42 jaar, z. b., Beringe 215. Fokvereniging de Toekomst Helden. Binnenkort zal de zomerinspectie van 't W.R.S. plaats vinden. Dieren welke hiervoor in aanmer king wensen te komen, moeten voor Zondag 24 Mei worden opgegeven bij de secr. of een der monsternemers van de vereniging. Voor de goede orde bij de keuring, raden wij de leden aan, om toch zeker alle dieren op te geven, welke gekeurd moeten worden. Centrale premiekeuring stieren. Op Dinsdag 12 Mei werd te Roermond de centrale premiekeuring voor stieren gehouden. Door een 9 tal stieren uit Helden werd hieraan deelgeno men en de volgende premie's behaald voor exte rieur. Paul 9748S IA. Toosje's Hien 12661S IB. Peer 13069S 2E. Bertha's 14 Flip 314870 R.V.J. IA. Miea's Paul 3 325173 R.v.J. 2B. Allen eigenaar K.I. Helden e.o. Paul 14343S 3B. Eigen. W. Gielen. Kanaalstraat 15 Beringen. Emma 3's Hein 14342S 3E. Eigen. H. Wijnands, Koningslust 577. Jan 13970S 2A Eigen. G. Gielen, Hoogstraat 16. Mina 14's Paul 14344S 3A. Eigen. Jac. Gommans, Ninnesweg 20. Nieuwe Mulo-leerlingen. Zoals uit een adverten tie elders in dit blad blijkt, moeten zij, die van plan zijn dit jaar de Mulo te gaan bezoeken, vóór 1 Juni aangemeld worden bij het hoofd der school. In aanmerking komen jo ngens en meisjes, die een behoorlijke studie-aanleg heb ben en ijver bezitten. Zij moeten thans in de 6e klas van de lagere school (of een hogere klas) zitten. Het is dus zaak, dat de ouders van die kinderen spoedig beslissen of ze hun kinderen willen laten studeren of niet. Wie niet op tijd wordt aangemeld, kan niet op toelating rekenen. Uitslag aanbesteding. Door architect H. v. d. Homberg te Helden-Panningen, werd op Zater dag 9 Mei onderhands aanbesteed, het bouwen van een woonhuis voor de heer J. Geurts, Dries- sen 13 te Helden-Dorp. De uitslag is als volgt: 16350.- 16034.- 15800.- 15780.- 15650.- 15240.- 13650.- '13315.- opgedra- 1. P. J. Fleuren Zn. Molenstr. Helden 2. J. Jacobs, Steenstraat Panningen 3. G. Verrijt, Molenstraat Helden 4. J. Verlinden, Ruysstraat Panningen 5. Gebr. van Soest, Mariaplein Helden 6. Jac. de Bruyn, Steenstr. Panningen 7. H. Verlaek, Mariaplein Helden S. C. Kessels Zn. Hoogstraat Beringe Het werk is aan de laagste inschrijver gen. De raming was 13850.- Schietwedstrijden voor de Paters. De schutte rijen uit de gemeente Helden hebben Zondag in Panningen geschoten dat de stukken er af vlo gen. Het waren onderlinge schietwedstrijden, die door de schutterijen uit Beringe, Dorp en Panningen en de handboogschutterij uit Ko ningslust georganiseerd waren en waarvan de opbrengst bestemd was voor de gouden Paters te Panningen. De schutters uit Panningen waren eerst met hun mooie nieuwe vaandel naar de kerk getrok ken waar de Z. E. Heer Pastoor van Montfort voor het lof het vaandel zegende. Pastoor van Montfort sprak de schutters toe en wees op het oorspronkelijke doel der schutterijen. Dit doel was o.m. in vroeger jaren de bescherming van geloof en kerk. Hoewel deze taak er thans niet meer is, moet u als katholiek toch mede het geloof naar buiten uitdragen. De zegening van het vaandel mag niet alleen maar een formali teit zijn, maar allen die achter dit vaandel zul len marcheren moeten in woord en daad katho lieken zijn. Na het lof was Harmonie Concordia present om de schutters onder marsmuziek naar het clublokaal te brengen, waar de schutterijen uit Beringe en Dorp, alsmede de handboogschutte rij uit Koningslust eveneens waren samengeko men. Nadat Harmonie Concordia enkele marsen ten beste had gegeven, was het de voorzitter van de schutterij uit Dorp Mr. F. Haffmans Jr. die het schuttersfeest opende. Naast de wedstrijden tussen de schutterijen was er ook voor niet-schutters gelegenheid om hun schutterstalenten te tonen. Na de gebruikelijke oefenschoten ontspon zich een spannende strijd tussen de diverse drietallen, waarbij tenslotte het drietal van de Panningse schutterij St. Leonardus, J. Kempen, G. Moust en G. Verhaeg als winnaar naar voren kwam. Tweede werd het drietal uit Beringe n.l. P. van Ninhuys, R. Ghielen en J. Theeuwen en derde het drietal uit Dorp, J. Kranen, J. van Lier en W. Verbong. Bij de schutters onder de geestelijke en wereld lijke autoriteiten, die elkaar bekampten om de titel „Deken 1953" gaven meerderen blijk behoor lijk met de buks over weg te kunnen, terwijl anderen ondanks de bereidwillige deskundige voorlichting er niet in slaagden het blokje hout aan de hark te raken. Dr. Verberne wist zich voor een jaar in het be zit te stellen van de titel en de daaraan verbon den „ambtsketen". Bij het windbuksschieten op de „wipvogel" werd M. Reijnders no. 1, J. van den Beuken no. 2 en G. Joosten no. 3 Sociëteit Vriendenkring. Heden is géén verga dering, doch wel op Zaterdag 23 Mei, zelfde tijd en plaats als altijd. Grashoek kermis. Het vorige jaar is de kermis (voor de kinderen tenminste) zeer stil verlopen. Zelfs tè stil. De oorzaak: het ontbreken van ieder kindervermaak in onze parochie. Dit jaar dreigt 't zelfde. We moeten proberen dit te voor komen. En daarvoor is samenwerking nodig. Tevens moeten er zich enkele mensen voorspan nen, die er op uitgaan, om te zorgen dat ook op de Grashoek tijdens de kermisdagen enige kin- dervermakelijkhedén komen. Om dit te bespreken, wordt er Woensdag a.s. 's avonds om 9 uur in Café Timmermans een vergadering belegd, waarop allen, die iets voor dit plan voelen, dringend worden uitgenodigd. De kermis niet enkel voor de volwasenen. Het moet ook vooral een kinderfeest zijn. „Grashoek"

DIGITALE PERIODIEKEN IN DE VOORMALIGE GEMEENTEN HELDEN, MEIJEL, KESSEL EN MAASBREE

Midden-Limburg | 1953 | | pagina 1