UJhat is [str VALDA Carnaval in Jialdan Carnaval in Jiesscl NUMMER 27 33E JAARGANG ZATERDAG 31 JANUARI 1953 VERSCHIJNT WEKELIJKS Opinie's over de Heidense straatnamen WIE GAET SOECKEN IN OUDE BOECKEN PASTILLE S UITGAVE L. KASSTEEN MARKT IMielclen-jZimbnra RKT 28, PANNINGEN REDACTIE EN ADMINISTRATIE-ADRES: POSTBUS 2. PANNINGEN; TELEFOON 8, GIRO 15718 REDACTIE H. KASSTEEN Abonnementsprijs f 5— per jaar bij vooruitbetaling. Advertenties 10 ct per mm, bij contract belangrijke reductie. "Kleine advertenties (te koop e.d.) minimum 50 ct, uitsluitend bij voozuitbetaling. Dok in de grote steden houdt men zich bezig met het probleem van de straatnaamgeving. [Waar het daar om gaat is, welke namen men zal geven aan de talrijke straten, die stelselmatig [ontstaan. Als men alle namen van personen, [die iets voor de stad te betekenen hebben gehad „verwerkt" heeft in een straatnaam, als de na men van alle soorten bloemen, planten, vissen enz. een beurt gehad hebben, wat schiet er dan nog over? De enorme woningbouw dreigt de straatnaamgever in verlegenheid te brengen, zo dat men nu al ernstig overweegt tot het schep pen van een aantal wijken met dezelfde straat namen over te gaan. jln Amsterdam heeft men voor een aL°.,„ai mgè wijdön, histoyici -an autoriteiten twee wfv gelasten nog eC>n bijeenkomst gehouden ter be spreking van deze en andere met de straat naamgeving verband houdende problemen. Dr. Meertens van de Commissie voor Naamkunde van de Koninklijke Nederlandse Academie van Wetenschappen, die de mening der historici ver tolkte, zeide, dat men met behulp van eeuwen oude straatnamen vele wetenswaardigheden uit het verleden kan verzamelen. Een straatnaam is niet zomaar een aanduiding zonder meer, er ligt wel degelijk aan gelegen, hoe deze luidt. In de dertiende en veertiende eeuw hield de burgerij zich nog niet met het ophangen van naambordjes bezig. Rond het marktplein ont stonden straatjès en deze kregen namen, soms van huizen of ambachten, maar voor het groot ste deel van de grond, waarop de huizen waren gebouwd. Vaak verdwenen deze namen weer. De middeleeuwse namen waren voor het over grote deel veldnamen, maar ook de namen van ambachten, kloosters, religieuzen, volksgroepen an bijzondere instellingen hebben de middel- aeuwse straten hun namen gegeven. In de mid- ieleeuwen bestond er derhalve een logisch ver- aand tussen de straat en haar naam. Dit ver- aand is in latere tijden vaak teloor gegaan, detgeen zijn betekenis heeft voor de stad, heeft avenzeer en wellicht nog in versterkte mate zijn waarde voor de dorpsgemeenschap. Vaak s geleidelijk aan, door het geven van straatna- nen in verschillende tijden, een chaos ontstaan; ran een overzichtelijk geheel is veelal geen prake meer. }f men hierin aanleiding kan vinden om alle traatnamen te herzien? De consequenties van een algehele herziening nag men wel degelijk onder het oog zien. De tosten voor de gemeenschap en het ongemak rijn waarlijk niet gering. En dat ongemak is er ;edurende een lange periode van overgang, een leriode die soms jaren en jaren duurt. Het be volkingsregister en de andere registers der ge- neente behoeven als gevolg hiervan een alge- iele herziening, de rijksoverheid (belasting- •ansti moet de wijzigingen verwerken, evenzo .e sociale instellingen, dë nutsoeanjven, ue ie- ïfoon- en girodienst enz. )ok de zakenlieden hebben kosten te maken oor het herdrukken van hun handels- en eclamepapieren. Jarenlang zal het duren, voor- lat men de nieuwe namen ingeburgerd kan loemen. )e oude, middeleeuwse, historie heeft haar bin- iingen met het heden, en het is prachtig deze indingen ook in de straatnaam tot uiting te ioen komen. Maar wanneer men daar in het 'crlcden eenmaal mede heeft gebroken, is het dn gewenst om opnieuw deze band aan te bren gen, nu er een andere band is gegroeid en de deuwe namen, mogelijk in het verleden mm- ier gelukkig gekozen, cJPk reeds historie zijn. Vij neigen naar de mening, dat rekening ware e houden met de historie bij het geven van lieuwe namen en dat men voor het overige ich beperke tot nodig geachte gedeeltelijke lerzieningen. WAT BETEKENEN NAMEN? sfou, over de betekenis van namen moet men liet zo gering denken, immers anders zou men n Helden er niet toe trachten over te gaan de traatnamen te herzien en mogelijk te veran- leren. Uit berichten in de pers bleek, dat deze ilannen inderdaad bestaan. Daar veel, tegenwoordig gebruikte straatnamen n deze gemeente, nog geen vijftien jaar oud ;ijn, mag men toch eigenlijk niet veronder- tellen, dat deze oud-modisch zijn. Het tegen- leel blijkt het geval, als men bedenkt dat bij iet voorstel der nieuwe namen o.a. gelet werd >p de cultuur-historische waarde er van. n zoverre de straatnamen betrekking hebben >p personen, schijnt daarbij en terecht relet te worden op de verdiensten van die men- ;en voor Helden. Dat deze verdiensten nogal re r doorgevoerd locaal worden beoordeeld, ilijkt uit het argument der voorgestelde naams- vijziging der Ruysstraat en van Hövellstraat in Ü-Otnstraat, waarbij wordt aangehaald, dat be- oelde grote I .imburgers, toch geen speciale ver wensten hadden voor Helden. Dat de namen lezer mannen echter moeten wijken voor de ïaam Kromstraat zal, naar ondergetekende durft veronderstellen, door weinig bewoners dezer traten op prijs worden gesteld. Daar meningen en voorstellen werden gevraagd s ondergetekende zo vrij de volgende suggestie inder de aandacht te brengen van allen, die letrokken zijn bij het plan tot wijziging der traatnamen. Vil men in een plaatsnaam iemand eren die ingetwijfeld verdienste heeft gehad voor deze jemeente en op wiens bijstand en voorspraak iok heden en in de toekomst wordt gehoopt, dan s dat toch wel zeker Sint Lambertus. Velnu, zouden van Hövellstraat en Ruysstraat, ndien deze namen moeten verdwijnen, en deze wee straten dan onder één naam worden sa- nengevat, niet zeer geschikt Lambertusstraat utnnen worden genoemd? ndien genoemde straten volgens plan verenigd vorden, zou deze nieuwe straat de twee hoofd- >arochies der gemeente verbinden en bovendien mgeveer de hele weg omvatten tussen de oud- te kerk der gemeente, de Sint Lambertuskerk ;n het tegenwoordige gemeentehuis. J mijnheer de Redacteur dankend voor plaats ruimte, S. Frexicken, van Hövellstraat. STRAATNAMEN TE HELDEN. In heel Helden staan de spreekwoordelijke stuurlui aan de wal zich op min of meer uit bundige wijze vrolijk te maken onder al dan niet voor oud roest te verkopen straat naambordjes ten koste van onze vroede va deren, die, met het einde der zittingsperiode voor de moede ogen en ongetwijfeld de anti- hT'i uit het gebed der zojuist gehouden in- tedte bidweek nadreunend in het edel achtbare hoofd, met een ijver een betere zaak waardig besloten hebben om in lokaal ver band, het aanschijn der aarde te vernieuwen", een en ander onder deskundige leiding. Deze gemeentenaren doen hier echter niet al leen onze gemeenteraad mede te kort, doch hebbe-n ongetwijfeld ook geen kennis genomen van het artikel in de vorige „Midden-Lim burg", welk artikel tot nadenken noopt en tot een analyse. Nu is het niet aannemelijk om dit artikel te beschouwen als van de hand van onze onvol prezen historicus Dr. Oomen, daarvoor is het geheel teveel „resumerend" weergegeven, doch waar het aldaar beschrevene blijkbaar heeft gediend als leiddraad bij het maken van het voorstel door Burgemeester en Wethouders, be hoeft het enige kanttekeningen, dewelke dus slechts te beschouwen zijn als proeve van een antwoord op datgene wat ten deze in de plaat selijke pers voor publicatie is vrijgegeven. Drie vragen dringen zich de objectieve be schouwer op en wel: A. Zijn de vier principes van Dr. Oomen (al leen op stuk van straatnamen wel te verstaan) juist? B. Heeft Dr. Oomen deze consequent toege past? C. Zijn deze principes ook gehuldigd in het voorstel zoals momenteel voorlopig door de gemeenteraad aangenomen? Een volledige beantwoording van deze vragen- zou ons te ver voeren en nu het voetballoze tijdperk voorbij is tevens teveel plaatsruimte vergen, vandaar dat wij ons moeten beperken tot een beknopte weergave der principes, des- zelfs beoordeling en toepassing. Dr. Oomen geeft dan aan: 1. Zoveel mogelijk vast houden aan oude namen. Dit is zeer juist en moet prevaleren bóven alle andere principes. gebeurtenissen enz. Dit is eveneens juist, doch m.i. moet dit eerst op de derde plaats worden toegepast en dient principe drie van Dr. Oomen voorrang. 3. Straten noemen naar historische en/of ver dienstelijke mensen voor de gemeente. Eveneens juist, maar verdient als tweede prin cipe dus toepassing. 4. Straten naar een andere plaats, naar die plaats noemen. Dit principe is niet alleen niet erg gelukkig gekozen, doch eveneens niet erg historisch ver antwoord, en verdient dan ook niet gehand haafd te blijven. Niet erg gelukkig gekozen omdat het wel de minst originele en poverste wijze is om je er vanaf te maken. Al heeft de volksmond dan ook puur gemakshalve een dergelijke benaming vroeger gebruikt of gebruikt zij deze nog, dan is dat slechts als een uitvloeisel te beschouwen van het functioneel aspect van de straatnaam in vroeger tijden uit geestelijke armoede ge boren. V.V.V. en A.N.W.B. staan in zoverre bui ten de plaatselijke gemeenschap, dat nu een maal in de huidige maatschappij het straat naambordje een andere functie dient te vervul len als de wegwijzer. Bovendien niet erg historisch verantwoord om dat de geschiedenis ons leert dat bepaalde we gen zelfs in Helden naar in lang vervlogen tij den heel anders genoemde of naar geheel an dere en nu verder gelegen plaatsen leidden. Zodat wij dus ten aanzien der eerste vraag de conclusie kunnen trekken dat van de vier door Dr. Oomen gestelde principes in volgorde van belangrijkheid weerklank moeten vinden prin cipe 1, 3 en 2, terwijl principe 4 als niet oppor tuun dient te worden geschrapt. Nu zal natuurlijk de een of andere slimmerd opmerken dat ook Dr. Oomen de zwakheid van zijn vierde principe inzag, waar hij de verde diging grotendeels grondde op practische re denen, doch daar kan tegenover gesteld wor den dat ook om practische redenen dit principe niet te handhaven is, omdat „practisch" ofwel betekent „gemakshalve" en dit hiervoor be sproken is, ofwel „economisch" maar dan kun nen we beter niets doen want alles kost geld. Komt de vraag aan de orde of Dr. Oomen consequent zijn principes heeft gehuldigd bij zijn critiek of deze waar nodig zoals te doen gebruikelijk met principes, overboord heeft ge gooid. Nu menen wij dat Dr. Oomen inderdaad he laas bij de door hem gedane suggesties met con sequent is geweest en evidente strijdigheden met zijn principes niet heeft gesignaleerd, waar door dus deze principes min of meer waarde loos worden, het hek van de dam is en van zelfsprekend het voorlopig door de gemeente raad aangenomen voorstel dan ook een beeld geeft van een niets zeggend kluwen van door elkaar gehaspelde principes van Dr. Oomen. Waar wij ons in deze publicatie wensen te ont houden van suggesties moeten wij volstaan met enige voorbeelden. Dr. Oomen vindt de naam Nieuwstraat erg neutraal. Als historicus zal hij toch wel weten dat van oudsher aldaar „de Rijn" lag of aller aardigst typerend vroeger de straat „Achter om" heette. Dr. Oomen benadrukt zeer terecht dat „straat" onbebouwd en „weg" bebouwd weer gaf in de dialectiek. Waarom dit niet conse quent verwerkt in de nieuwe namen? Is het juist dit jaar niet even historisch dat de bisschop van Roermond al een eeuw de pas toors van Helden benoemt (of benoemt ons vorstenhuis reeds niet meer dan een eeuw de burgemeesters) dan dat het historisch is dat een oude proost dat vroeger deed en welk ver band bestaat er tussen de pt'incipes van Dr. Oomen en deze zijn apocrieve stelling? - Dr. Oomen weerlegt zijn eigen vierde prin cipe gelukkig zelf, waar hij dg weg naar het kanaal niet meer Kanaalstraat wil noemen. Zijn suggestie verdient misschien aanbeveling maar is geen consequente toepassing van zijn leer. Welk verband bestaat er tussen de principes van Dr. Oomen en zijn conclusie om plotseling in het dorp „deftigdoenerij" te ontdekken waar eeuwenoude bomen langs de weg en op de achtergrond, van deze weg voor heel Helden de wandelweg bij uitstek en dus met recht een „Parkweg" hebben gemaakt? Het voorafgaande moge aantc-r-en dat ook Dr. Oomen zijn principes niet consAfjuent heeft toe gepast tengevolge waarvan het gemeentelijk voorstel nog verder afwijkt, waarmede dus vraag C eveneens ontkennend is beantwoord. Wij komen dan ook tot de conclusie dat de drie principes in de volgorde zoals hierboven door ons aangegeven moeten wordsn gehuldigd en weerklank dienen te vinden in een straatna- menwijziging, wil van een verantwoorde wij ziging sprake zijn. Critiek op de voorlopig voorgestelde namen zul len wij niet geven, het zij immers nogmaals op gemerkt dat deze publicatie slechts een analyse wil zijn van wat op het gebied van straatnamen momenteel naar voren is gebracht in de hoop, dat het bij velen consequente, historische én waardevolle suggesties zal oproepen. Mr. F. M. J. Haffmans. REVOLUTIE IN DE STRAATNAMEN. In verband met de op handen zijnde revolutie in de straatnamen van de gemeente Helden zou ik enkele gedachten naar voren willen brengen. Allereerst verwondert 't mij, dat, met uitzonde ring van het Maria- en St. Rochusplein, geen enkele straat de naam draagt van een heilige, hetgeen men in een gemeente als Helden, met haar uitsluitend katholieke bevolking en haar vele kapelletjes en veldkruisen, wel zóu ver wachten. Zou het daarom niet wenselijk zijn, nu men toch eenmaal gaat veranderen, enkele stra ten om te dopen met een christelijke naam? Ik denk b.v. allereerst aan de patroon van de dekenale kerk en van de hele gemeente, de H. Lambertus. Venló heeft zijn St. Martinusstraat, Blerick heeft zelfs verschillende St. Lamber- tusstraten, Tegelen wederom zijn St. Martinus straat, Roermond zijn St. Christoffelstraat, enz. enz. Zo zou men, dunkt mij, in Helden een St. Lambertusstraat moeten hebben. En nu ligt het, volgens mij, voor de hand, dat deze naam moet gegeven worden aan de weg die de verbinding vormt tussen de twee voornaamste gedeelten y§n de gemeente. n.l. HeldemJ^yrp en Pannin- gen Ruysstraat en v. Hövellstraat 'verdwijnen, (namen van personen, die, zoals Pater Oomen opmerkt, niettegenstaande hun grote verdien sten in het algemeen, niets voor Helden in 't bijzonder gedaan hebben), en tevens zou deze benaming bij de bewoners zelf van deze straat aangenamer in de oren klinken dan het onge lukkige „Kromstraat". Zij die onmiddelijk aan het kromme gedeelte van die straat wonen, zou den er misschien nog genoegen mee nemen, daar zij er zich zelf gevestigd hebben, maar ik stel mij voor, dat de overige bewoners de verande ring in „kromstraat" maar een zeer kromme oplossing zouden vinden. Op de St. Lambertusstraat zou zeer goed 'n St. Servatiusstraat of St. Servatiusweg kunnen uit komen, b.v. de nog aan te leggen weg tussen de Heer v. Maris en de Baarloseweg, tot hiertoe Schraomesweg genoemd. Deze weg toch is een gedeelte van de weg die, vanaf Keiren, doorloopt naar het St. Servatiuskapelletje, in het Rieter- veld. Op dezelfde wijze zou men misschien ook nog aan andere straten de naam van een heilige kunnen geven; b.v. in de parochie van St. Jozef, te Beringe, een St. Jozefstraat; te Egchel een St. Jacobusstraat, enz. enz. De verandering in Patersstraat lijkt me op dit ogenblik minder gewenst. Had de benaming „Kloosterstraat" vroeger een reden, thans, nu de kerk er staat, lijkt het mij beter de naam „Kerkstraat" maar te behouden en die bena ming desnoods te doen overgaan op de Heuvel hoek. Of de vervanging van „Parallelweg" door „Bol- lesweg" is toe te juichen, durf ik te betwijfelen. Zou er hier geen reden aanwezig zijn, om deze straat te verbinden b.v. aan Dokter Joosten, de eerste arts van Helden en die ongetwijfeld zeer veel heeft gedaan voor de gezondheid van de bevolking? Hiermede willen wij geenszins af breuk doen aan de verdiensten van zijn opvol gers, doch als Heldenaar en als eerste in de rij der doktoren neemt hij een bijzondere plaats in, terwijl hij ook op ander gebied altijd een grote verdediger is geweest van de goede zaak. Tenslotte nog iets over het verschil in betekenis tussen „straat" en „weg". Volgens Pater Oomen zou „straat" in het dialect een onbebouwde weg aanduiden, terwijl „weg" eerder zou duiden op het bebouwd zijn. Dit betwijfel ik sterk. Ik ge loof, dat in deze het dialect niet afwijkt van de algemene taal. Men noemt „weg" iedere ver binding tussen twee plaatsen, zonder erop te letten of dat hij omrand is met huizen; „straat" daarentegen duidt op een geplaveide weg in de bebouwde kom van een dorp of stad, en sluit meestal ook nog de gedachte in, dat zij maar een zekere lengte heeft. Zo spreekt men van Kes- selseweg, Roggelseweg; men kent zandwegen en grintwegen, doch van „straat" is alleen maar sprake in een bebouwde kom. Overigens kan er om redenen van welluidendheid wel eens aan leiding zijn het woord „straat" te verwisselen met weg. Het is te hopen, dat er ook van verschillende andere -zijden suggesties omtrent de nieuwe straatnamen worden gedaan, opdat daaruit de Heren van de Gemeenteraad een keuze kunnen doen, die door hun opvolgers niet meer behoeft herzien te worden. L. N. Heel lang geleden de kroniekschrijvers zeg gen niet hoe lang toen de vroede vaderen die naam „waerdighlijck droeghen", bestond er een schoon en edel gebruik. Eensgezindheid werd beschouwd als de grootste deugd en nie mand durfde zich te onttrekken aan reeds eeuwen bestaande gewoonten, wortelende in de overtuiging, dat niemand rijker mocht worden ten koste der gemeenschap 't Melodietje van de Kuus. Wiehs: Zet de klok maar stil. Refrein We sjriëwen allemaol, 't is vandaag wèr Carnaval, We traöten, hosse, zingen en sjpringen overal; Hup! de bèjn in de nek, Doot èns vastenaoves gek, Want 't is waor, 't Is mer eine kier per jaor. Mèt vastenaovend is 't in Limburg overal te doon, De grótslen druimes sjteit dan nag te waggelen [in zien sjo.on. Of jónk of aod, of groeët of klein - 't is [biëstig assen 't zuus En bovven alles oeht, dao klinkt 't liedje van de Kuus. Refrein. In Vènnel, Wiert, Remung of Sitterd, t' wuilest [um ós heen Nów hoof se al neet wieht te gaon um Carnaval te zeen; Want auch oos Mam, die rippeteert 't liedje [van de Kuus En Pap beglèdj ur netjes op 'n aoj g'rdienebuus. Refrein. In 't ganse dorp, jao overal, woe desse geis of sjteis, Doe huurs ze allemoal zinge, auch al klinkt 't [mèj get heis. Dor zoeë ein lol wurd zelfs de grótsten [druuëge get beduus En zormelt in zien èntje 't melodietje van de Kuus. Refrein, Béste Kuus en leeve Kuuskes In 't vurrige Heljes Bledje hebbe wae uch 't ein en anger vertéld ovver Carnaval in Helje en de vurluipige Road-van-Èlf. Wae hebben in daen tössen- tied neet sjtil gezaeten en al inkele zittingen achter de ruk. Die zittingen hebbe wae jammer genóg nach ónger ós èlf mótte hoaje, mer wae kónnen uch verzeekere det d'r veul gekald is en det de sjtumming Vastenoavend alle ier aan dieë. Zeker is det d'r al versjeije Heljese minse kènnis hebbe gemakt mèt oos Carnavalssjlagers. Doa sjtot ge zeker van te kieken, hè? Toch is 't zoeë 't Waas ontzettend laostig um oeht die tiën liedjes die ware binnegekómme 's eint as den béste sjla- ger van ozzen èrste Carnaval oeht te zeuke. Wae hebben ze allemoal èns flink hel gezongen en hebbe toen besjlote de twieë die hèij in dit bledje sjtoan as de béste te besjóuwe. Wae hope det gae ze èns good bekiekt en mèt Carnaval neet mèt de moei vol teng sjtót, mer allemoal hel mèt zult kake. Mer mèt liedjes zinge allein kómme wae d'r neet. Zoeas ge wel gehuurd zódt hebbe, wurd d'r op Carnavals-Deesdig auch 'nen öptoch gehoaje. Wae raekene vas op mètwerking van alle buurten en vereiniginge. As ge gènne waage inein kónt fótsele, doot dan in eine verklèdje groep mèt; sjmiet uch mer ins bèjein en loat in èlk geval zeen dat wae gin Vennel of Sittard nuddig hebbe um in Carnavalssjtumming te kómme. Neet aafwachte en aafkieke, mer doon 't Hooft neet van daen deure rommel te ziensjóm- mel èns in 'nen oaje kleierkas en póngel uch 't ein en anger aanwie gekker, wie baeter. Of ge nów 'ne Chinees oet de middelieuwe of Keizer Karei oet 't sjteine tiedperk veursjtelt blieft knatsj egaal, as ge mer èns aech vastenoavend wilt veere. Dus loat ós dèt vur aafgesjproke hoajealle Heljese Kuus en Kuuskes, die dan auch mer get veule vur 'nen aechte Heljese Carnaval, doon mèt aan d'n optocht en kènne mèt Carnaval oos Heljese sjlagers. Names de Road-van-JÈUf, De ProppegandamèsjterWuiles Penzuuger Heljese Kuus. Wiehs: Trink, trink, Brüderlein trink. Refrein: Kuus, Kuus, Heljese Kuus Kóm nów èns ovver de brok. Kuus, Kuus, Heljese Kuus Èns hebbe we toch 't gelök. Danse en sjpringe tót laat in de nacht Waem hej det nów oeët gedacht. Wae hebben ei Carnavals-klöbke, Al is 't dan auch nag get klein. Mer 't zal toch wel èns grótter waere, Want 't heet nów al joeks in de bèjn. En as 't dan èns is volwaose, Dan geit 't vörroet in gelop. Wae haale de Kuus oeht de aose, Gans Helje sjteit op ziene kop. Carnaval. Het lag in de bedoeling dat Egchel dit jaar nog niet zou deelnemen aan de Carna valsoptocht. E. Reijnen was het hier niet mee eens en schreef enige briefjes die hij zo linies en rechts heeft opgehangen om de jongeren van Egchel op te roepen. Mien en Anny Sijben kwamen al spoedig te hulp waarna Hub. Brum- mans zich ook bereid verklaarde. Daarna werd een vergadering gehouden die zeer druk be zocht werd en hieruit bleek, dat de jongeren van Egchel niet stil zitten. De vergadering had een vlot verloop en ze waren het allemaal eens dat Egchel ook dit jaar zal meedoen aan de optocht. Ze hopen, dat hun werk zal slagen en dat de ouderen het volgend jaar hun medewer king zullen geven. Vastenavondviering. Op initiatief van de Deba- irr tfè' wnaaderigffbelegd.waar tot viering van de Carnavalsdagen. Deze ver gadering werd gehouden met de voorzitters en secretarissen van de plaatselijke verenigingen. Uit deze vergadering werd een comité gevormd, dat verdere plannen zou ontwerpen op welke wijze deze viering van de carnavalsdagen kan plaats vinden. Naast dit comité werden enkele personen aangewezen voor de technische com missie. Al vrij spoedig was de „Raad van Elf" be noemd, terwijl de Jocus Vos en de seremonie- meester ook werd aangewezen, die zich de naam hebben gekozen van „Kesselse Kastiël- hiëre". Deze Kesselse Kastiëlhiëre gaven de volgende proclamatie uit: Wee, bie de gratie van de Kesselse Kestièlhière; Euverwaegend, dat 't gewins is de Vastelaovend in eige dörp te veere; Schrieve en laote uch weite: Art. 1. Iddere inwoner van oos dörp vult zich enne kestièlhièr of kestièlvrou. Art. 2. Duit dus navannant. Art. 3. Veert dus vastelaovend in eige dörp. Wee haope en vertrouwe d'r op, det neemes zien heil zeukt boete oos schoen Kessel. Blief hie en laot ós same hie de blumkes boete zitte! Laote wee aan anger e dörpe zeen, waat Kessel kan. Veur eederein is d'r lol en joeks te belaeve! Daorum: wee houwe op de kis, ömdet 't vas telaovend is. De Famfaar, Crescendo, de Ruuterclub, och neum ze mer op, allemaol laeve ze met en alle maol doon ze met. Jonk en oud! Getrout en neet getrout. Neemes moog achter blieve. De öujere van Kessel mótte zeker mei doon. Ze mótte neet meine, dat 't fiès allein veur de jóngere is. Songer heür zal en kan 't neet slage. We hübbe nog drie waeke. Haol de kleierkas ens euverhaup en troonjel uch get aan. Gans Kessel steit dae daag op ziene kop en neemes Had iemand inkomsten die ten laste der ge meenschap kwamen, dan was het dure plicht, deze terstond weer naar de gemeenschap te doen terugvloeien, dan bleef het evenwicht be ter bewaard, weshalve onze vroede vaderen van toen, het als een snode daad zouden be schouwd hebben, thuis te komen met het toch eerlijk verdiende presentiegeld der vergadering nog in de zak. Uitgaande van het edele princiep dat gedeelde vreugde dubbele vreugd is en tevens om el- kaars eerlijkheid te controleren met betrekking tot het opmaken tot de laatste cent, bleef men gezamenlijk bijeen „ter plaetse waer nattig- heit in vele vormen voorhandigh was aldus zegt de geschiedschrijver. Het evenwicht in de maatschappij werd „also bewaert", vaak ten koste van het eigen evenwicht. Eens zoude, na afloop der bijeenkomste van de Raad te Helden-dorp, teneinde terstond uitvoe- ringhe te geven aan een pas genomen besluit, de juiste weg worden uitgepaald in de richting Noord-West, zulks mede ten behoeve der pel grimage naar O. L. Vrouw van Zeven Smarten. Dit en kon echter niet gebeuren, dan nadat te gebruikelijker plaatsen „langdurighe besoecken waeren afgeleght, om zodoende vry te blyven van iedere verdenkinghe". Dat de uit te palen weg daarmee „niet reghte, doch kromme werd"de Kromstraat was gheborenü! Om deze „waere ghebeurtenisse'" aan de verge telheid te ontrukken, dreigt de naam Krom straat te herrijzen. Voorwaar een geschiedenis- se van cultuur-historische betekénisse. Sans Rancune. kump boete, songer get geks aan te hübbe. T Wüerd. good. Wee zeggen nag niks. Mer ein persóen 'zal drié daag cfe septer zwëiê euver Kessel, en zien ongerdane trekken met um mei door 't lollig riek van zien kestièl. Dao wüerd gedanst, gezónge en gesprónge. Lang léve de lol! In verbantj met de Missie hüert ge de kómen- de waek niks van ós,merwee komme truuk. De volgende vastenavondschlager werd door de Kesselse Kasteelheren uitgegeven: DE BROMFIETS VAN TANTE MIE. Ich gaon uch get vertelle, ein sterk verhaöl Euver tante Mie die haaj ein kwaol 't Laope ging de letste tied neet zo good En 't jage zoot tante Mie in 't blood. Refrein: Tante Mie haet eine fiets mit eine brommer gewónne Noe vagt ze door 't dörp en riedt onbezonne Ze knotert, ze knettert, ze knalt wie nog nie Tante Mie haet ein vette bogie, gie, gie Mit taggetig in den boch en eine kromme rök Riedt tante Mie uch van de zök Mit taggetig in den boch en eine kromme rök Riedt tante Mie uch van de zök Tante Mie, wêm kint ze neet det aardig mins Is al oüd mer nag lang neet kins Ze koch ein loat in de loaterie Won eine bromfiets en geit veur niks opzie. Refrein. Ze smeet zich mit ein vaart um de pannesjop Drie telle later veel ze op heure kop Ein gaat in de nylons en de ketting d'r aaf Minse wat goof det eine paaf. Refrein. Dit is de kwaol van tante Mie Die eine bromfiets won in de loaterie Op de lat köp ze de benzien en de benj En op de stroat biet iederein zich van sjrik op de tenj. Refrein/' De eerste bonteavond zal worden gehouden in zaal Hebben op Zondag 14 Febr. 1953, waar Prins.... de le zal worden geïnstalleerd. Vas tenavond Maandag zal een optocht worden ge houden waaraan door alle verenigingen zal worden deelgenomen, waarna bal in beide za len. Als iedereen zonder uitzondering zijn me dewerking zal verlenen, zullen de Carnavals dagen in Kessel een donderend succes worden. VOEDSELBUREAU De deze week toegezonden varkensregistratie- kaarten dienen volledig ingevuld en onderte kend voor Donderdag 5 Februari '53 op ons bureau of zitdag te zijn ingeleverd. Tevens is op de zitdagen gelegenheid tot het aanvragen van bijzondere tuinbouwteeltvergun- ningen voor vroege aardappelen. De zitdagen worden gehouden te: Meijel: Maandag 2 Febr. van 3.30 tot 5 uur n.m. bij Wed. Hunnekens; Kessel: Dinsdag 3 Febr. van 9 tot 12 uur van. Boerenbond Kessel. Panningen: Dinsdag 3 Febr. van 1.30 tot 3 uur n.m. in café Wed. Hendriks, Steenstraat. Grashoek: Dinsdag 3 Febr. van 3.30 tot 5 uur n.m. in café Geuijen; Maasbree: Woensdag 4 Febr. van 10 tot 11.30 uur v.m. in café Linssen-Weijs, Dorp. De PI. Bureauhouder te Helden, H. Verhees. DE°ZA>CHTE VALDAMILD

DIGITALE PERIODIEKEN IN DE VOORMALIGE GEMEENTEN HELDEN, MEIJEL, KESSEL EN MAASBREE

Midden-Limburg | 1953 | | pagina 1