In Panningen bevond zich het Rijkstele foonkantoor terwijl het Hulptelefoon kantoor in Helden-Dorp was. Een openba re spreekcel was er in het Hulptelefoon kantoor. Men kon door de week alleen bellen als de kantoren bezet waren. Op zon- en feestda gen kon men ook een paar uurtjes bellen, van acht tot negen 's morgens en van één tot twee uur 's middags. In die tijd werd de verbinding meestal gemaakt door de juffrouw van de centrale. Zij stak de nodige stekkers in de goede contacten. In Panningen was het geen juf frouw maar Handrie Martens die altijd de telefoonaansluitingen tot stand moest bren gen. Dat is ook wel eens goed misgegaan. Zo kon het gebeuren dat een zekere neringdoende Wöllem uit Panningen ver keerd werd verbonden: in plaats van een van zijn klanten kreeg hij de vrouw van een van de notabelen (de dierenarts) aan de lijn. Toen hij het er later met Handrie over had, sprak deze de legendarische woorden: "Loesjter èns hèj man, ick kej peróngelik diene pin in mevrouw Van Heukelom keur Toch wel gewichtig! Ergens in de jaren zestig komt Sjeng Peeters uit Dorp bij Reijnen in de winkel om wat spijkers te kopen. Sjeng Reijnen zelf bedient hem. Na over het weer gepraat te hebben, wordt de toenmalige nieuwe toren op het Raadhuisplein gespreksonder werp. Beide Sjengen hebben er niet dezelf de mening over. "Waarom moe! dat dure ding daar eigen lijk staan?", zegt de Dorper Sjeng. "Echt wat voor Kepélse zeikers "Nee, nee", zegt Reijnen Sjeng, "zo is het niet, die toren hebben ze daar neergezet om de Dorper pezeriken te laten drogen!" Daar moest Sjeng Peeters het mee doen en hij vertrok met zijn spijkers naar huis. Enkele jaren later, toen de bewuste toren scheurtjes ging vertonen, moest onze Dorper Sjeng weer eens in de winkel van Reijnen zijn. Hij wilde het met zijn Kepélse naamgenoot nog even over de toren hebben en zei: "Sjeng, je hebt me een paar jaar geleden verteld waar die torm voor diende; gelijk of niet, maar de scheurtjes zijn het bewijs dat die Dorper pezeriken toch wel erg gewichtig waren! 4 De Moennik

DIGITALE PERIODIEKEN IN DE VOORMALIGE GEMEENTEN HELDEN, MEIJEL, KESSEL EN MAASBREE

De Moennik | 2014 | | pagina 6