Guttruke zouden moeten bijstaan in haar moeilijke uur. In de kamer stond een oude wieg, netjes opgemaakt, en de buur vrouwen hadden, op verzoek van de 'kraamvrouw' gezorgd voor warm water en wat in dergelijke omstandigheden meer nodig is. En Guttruke lag te wachten. De brave dokter vroeg - heel onnozel - aan Guttruke, wat er aan mankeerde. Stomverbaasd keek ze hem aan. "Was da nou een dokter? Ik krijg een kiendje, meneer dokter, ziede da nie?" "Wat vertel je me nou, Guttruke! Hoe oud ben je?" "Negenenvijftig, meneer dokter!" "Ja maar, menske-lief, dan krij-de toch geen kiendje meer!" "O, nee..." Guttruke werd op slag woest... "Denkte soms, da'k gek ben? Ik voel 't toch zuiver. Wa witte gij ervan! Hedde gij soms ooit een kiendje gekregen? O, nee? Waar praatte gij dan over? Wa hè'k aan zunnen dokter. Ik heb er jou nie meer bij nodig. Ik zal 't wel allenig doen. Ga mar, ga mèr! Heb ik me alles fijn vur mekaar, den helen uitzet, de wieg, alles alles, 't Wèrm water is klaar, 't Kan zo komme. Ik vuul dat 't komt en dan zeet me zunne dokter da'k geen kiendje kan krijgen!" Ze stikte bijna van woede. "Ga mèr en ga mèr gauwIk heb oe nie meer nodig D'r zijn nog andere dokters. Ga mèr!" Onze arme dokter is stilletjes vertrokken - 't verstan digste wat hij kon doen. Mop-Tinus, die finaal van streek was, heeft een andere dokter moeten halen. Ook hem is het niet gelukt! Guttrukes vertrouwen in dokters was zwaar geschokt... De wieg en de uitzet heeft ze ver kocht, maar ze kan nog maar steeds niet begrijpen, dat 't 'kiendje' niet kwam... Ik vuülde 't toch zuiver!..." 38 De Moe n nik

DIGITALE PERIODIEKEN IN DE VOORMALIGE GEMEENTEN HELDEN, MEIJEL, KESSEL EN MAASBREE

De Moennik | 2014 | | pagina 40