U weet al waarom deze oproep geen succes had. Toch heeft Guttruke een nieuwe dienst gekregen in een naburig dorp. En daar vond zij haar grote liefdel Hij heette Mop-Tinus, een ruwe boom van een vent, net zo verwaarloosd als Guttruke. Hij werkte hier en daar als dagloner, stak wat turf in de Peel en zijn scha mele verdiensten zette hij om in opwekkende, eventueel benevelende drankjes. Zijn woonstede was een vervallen boerderijtje met een half dak, kapotte met papier 'gerepareer de' ruiten, een scheef in de hengsels hangende deur en een vol onkruid staand tuintje. Guttruke was al lang ervan over tuigd dat zij best een man waard was. Ze had al eens 'kennis' gehad met een stotteraar. Dat raakte uit. Als kostbare herinnering heb ik twee minnebrieven van Guttruke uit die periode in mijn bezit. Guttruke zocht contact met Mop-Tinus, die immers 'een eigen huis had' en flinke handen aan 't lijf. En Mop-Tinus was het alleen wonen moe en vond dat 't tijd werd dat een vrommes in zijn huis de scepter zwaaide. De twee simpele zielen hadden alzo dezelfde gedachte en dus werd er getrouwd. Toen, na in de echtelijke staat verbonden te zijn, Guttruke als bruidje aan Mop-Tinus arm hangende de kerk verliet, snauwde ze hem, nog onder de toren, toe: 'As ge nou mar wit, dat 't van nou af met 't zoepen uit is, hè'. Tinus die nooit veel sprak, knikte maar wijselijk ja en dacht er het zijne van. Het paar betrok de echtelijke woning. Mop-Tinus werkte hier en daar, stak wat turf en dronk op tijd een borreltje. Guttruke scharrelde wat in haar gedoentje rond. Zij ruimde hier de rom mel op, om 't daar weer neer te gooien. Zo bleef ook zij aan het werk, terwijl de keet er niet mooier op werd. Tot op zekere dag de dokter moest komen, want Guttruke was niet erg lekker... Onze brave medicijnman spoedde zich naar de patiënte en vond aan haar sponde twee buurvrouwen, die VtM, De Moe n nik 37

DIGITALE PERIODIEKEN IN DE VOORMALIGE GEMEENTEN HELDEN, MEIJEL, KESSEL EN MAASBREE

De Moennik | 2014 | | pagina 39