Een nieuwe tijd De Moe n nik 33 Dat maakte het bezorgen ook efficiën ter. Bestellingen kwamen voornamelijk uit Grashoek, Helenaveen, Beringe en Panning en. De wintertijd was voor het slagersecht paar in die jaren zwaar. De ruimten waarin gewerkt werd waren nagenoeg onverwarmd. Bij extreme koude stond onder de stenen toonbank in de winkel een straalkacheltje. Op de stenen vloer lag een houten vlonder. Vooral bij lange werkdagen (vrijdag en zaterdag) stonden ze achter de toonbank bijna net zo dik aangekleed als de klanten die te voet of met de fiets door de vrieskou bood schappen kwamen doen. Vrijdags werd gewerkt van zeven uur 's morgens tot wel half twaalf 's avonds, vooral om de bestellingen voor de zaterdag klaar te maken. Elke week. Hard werken werd wel afgewisseld met rustigere momenten. Sommige vertegenwoordigers kwa men altijd tegen koffietijd. Dan werd een uurtje en vaak nog langer tijd uitgetrokken om wat bij te kletsen. Plezier maken aan de keukentafel hoorde daar standaard bij. Nooit achter klap, elk mens had zijn leuke kanten. Het was vaak een vro lijke boel en Jan Steeghs wist altijd wel een kwinkslag te geven aan een situatie als dat nodig was om somberheid en verdriet te verdrijven. De geitebok van Pauke werd in 1955 bij hoge uitzondering geslacht omdat de buurman er om vroeg. Ook werd wel eens een paard geslacht. Liever hield slager Jan het bij slachten van varkens en runderen. De kinderen Henk, Lei en Hennie als triomfators bij een jachttroffee, want de tijd dat de nijdige bok hen achterna zat was nu voorgoed voorbij. 'Kom mee naar de stal waar het varken staat', zegt Dré tegen me. We rennen met z'n drieën de schuur binnen. Een varkens snuit steekt tussen twee planken en snuift ons toe. 'Dat is-ie', zegt Dré. 'Hij staat apart.' 'En gisteren en vandaag heeft hij niks te eten gehad,' vult Jan aan. Als wij dichterbij komen, legt het varken zijn snuit op de bovenste plank van het schot en kijkt ons met zijn vriendelijke ogen aan. 'Dadelijk schiet de slager hem dood, dat vind ik niet leuk', hoor ik Jan zeggen. 'We moeten toch eten!?', zegt Dré. De jaren zestig zijn een tijd van gestage vooruitgang. De woonruimte wordt uitgebreid, machines vernieuwd en bijge- kocht. Achter de woning komt in 1963 een bedrijfsgebouw waar een nieuwe slagerij en worstmakerij moesten komen.

DIGITALE PERIODIEKEN IN DE VOORMALIGE GEMEENTEN HELDEN, MEIJEL, KESSEL EN MAASBREE

De Moennik | 2014 | | pagina 35