Een dorpsslager in de jaren vijftig Henk Steeghs Grashoek, maart 1956. Ik ben 6 jaar. Mijn vader pakt de gereedschapskist en bindt deze achter op de fiets. Als ik wil dan kan ik mee, zegt hij. Vooraan bij het stuur kan ik op de stang van de fiets zitten. Daar heeft hij een plankje bevestigd waarop vaker spullen vervoerd worden. De zware stevige fiets is onmisbaar voor het beginnend slagersbedriff. "Kom maar mee, dan heeft mam het ook niet zo druk." Het begin (1940-1950) Jan Steeghs in 1950 aan het werk bij frisdranken fabrikant Gijsen aan de Schoolstraat in Panningen. Jan Steeghs (1921-1991) was huisslachter van beroep. In 1949 trouwde hij met Mia Gielens (1923-2010). In datzelfde jaar verwierf hij de Vestigingsvergunning huisslachtersbedrijf. Ervaring had hij net na de oorlog opgedaan bij slagers in Venlo en Roermond, maar de eerste kennis van het slagersvak deed hij op bij Mathijs Geuyen, slager, kruidenier en kastelein aan de Roomweg in Grashoek. Hij hielp wel eens in dit bedrijf tijdens en vlak na de oorlog. Daar leer de hij ook zijn vrouw kennen, die van 1938 tot 1949 bij de familie Geuyen werkte. Mathijs Geuyen stierf in 1945 spoedig na zijn terugkomst uit de Duitse werkkampen. De eerste twee jaren van hun huwelijk woonde het echt paar Steeghs-Gielens in bij Piet en Han Verheijen- Timmermans aan de Helenaveenseweg. Op dit erf bouwde het jonge stel een houten kippenhok. De opbrengst van de eieren was een welkome aanvulling op de inkomsten uit de huisslachtingen. In de winter vormden die het hoofdin komen, in het voorjaar werden de huisslachtingen minder tot deze in april stopten. De piek lag in november, een maand die meestal koud genoeg was om het vlees te ver werken. Het was tevens de ideale tijd om de kelder te vul len met nieuwe voorraden. In de zomerperiode was Jan in loondienst bij de firma Gijsen aan de Schoolstraat in Panningen. De frisdrankfabrikant had juist zijn piekdagen in de warme periode van het jaar. 30 De Moennik

DIGITALE PERIODIEKEN IN DE VOORMALIGE GEMEENTEN HELDEN, MEIJEL, KESSEL EN MAASBREE

De Moennik | 2014 | | pagina 32