8 Volgens de volkstelling werd het huis in 1801 bewoond door Pieter Verhaegh en Anna Maria Meewiss, de schoonouders van Jenniskens. Zij hadden twee kinderen, toen 14 en 8 jaar oud. In het jaar 1805 zette genoemde Pieter een verdieping, een "stok" op het bestaande huis. Er werd toen een gevelsteen van Naamse steen, van 35 bij 35 cm ingemetseld met daarop de volgende inscripties: P:V:H A:A:M AN 1805 NO In 1805 had Verhaegh 5 man personeel, waarvan de oudste 32 en de jongste 21 was. Achter het woonhuis stonden de stallen en schuren, waarvan de laatste op dit moment verbouwd wordt. Het dak en de muren waren zeer bouwvallig en stonden op instorten. Vermoedelijk was het gebouw wel 100 jaar ouder dan het er voor staande woonhuis. Van de stallen werden alleen wat gedeelten van hardstenen voerbakken teruggevonden. De indeling van het huis Grijmans was toch iets anders dan gewoon. Er was een opkelder, of beter gezegd een opkamer. Soms kon men vanwege de druk van het grondwater de kelder niet diep genoeg uitgraven. Dan werden de kelder en het vertrek erboven wat hoger gelegd. Achter de voordeur kwam men in het voorhuis, waar men naar boven kon maar ook naar de achter en naastliggende vertrekken. Links naast dit voorhuis was een ruim vertrek met een doorgang naar een ommuurd binnenplaatsje, vanwaar men via een prachtig gemetselde boog naar het erf kon. Naar men mij vertelde is er in dit huis een kloostertje voor zusters geweest. Een aanwijzing dat dit klopt levert een brief van de eerste notaris Haffmans. Die schrijft dat hij na zijn benoe ming in Helden is geweest en er ook een klein klooster heeft aangetroffen. Op de zolder van een der bijgebouwen trof ik nog aan een grote cirkel van drie meter middellijn, gevormd door rechtopstaande plankjes van ongeveer 60 centimeter hoog, zonder bodem erin. Kennelijk gebruikt voor het opslaan en drogen van kruiden. Rest nog te vermelden de namen van de mij bekende pachters van dit huis. Het zijn: M. Gerris, Dirks, Roost, Verdellen en als laatste Grijmans. Oktober 1998 Herm Verlaak

DIGITALE PERIODIEKEN IN DE VOORMALIGE GEMEENTEN HELDEN, MEIJEL, KESSEL EN MAASBREE

De Moennik | 1998 | | pagina 9