Over deze vaatjes bier zijn we niet alleen door het stuk uit 1772 geïnformeerd. In het begin van de 18e eeuw hebben pastoor Knippenbergh en de schutterij jarenlang verschil van mening over wie de ton moet betalen. De pastoor vindt dat ze betaald moet worden door de priester die het Sint Anna-altaar bedient. Schepenen en broedermeesters zeggen dat de pastoor moet betalen; dat is volgens de oude gewoonte. In goede verstandhouding leggen ze in 1709 hun geschil voor aan het hof in Roermond. Op 11 december 1709 komt er een voorlopige uitspraak: de pastoor moet blijven betalen, tenzij hij documenten kan voorleggen jjie bewijzen dat de priester van het St. Anna-altaar voor de ton bier moet opkomen. Kennelijk is pastoor Knippenbergh daar niet in geslaagd, want ook in 1772 moet de pastoor van Helden nog steeds die ene ton betalen. Tegenover die inkomsten stonden ook uitgaven. Secretaris Cuijers somt ze, mis schien wel wat "aangedikt", op: a. Voor de rogge die de schutterij krijgt moeten wel de grondlasten worden betaald. Dat kost 8 gulden 6 stuiver en 31/2 oort. b. Voor versiering en reparatie van "s'broederschaps effecten zoals vendel, trom, scherpen, schiethoorn en vogel is ieder jaar 17 gulden 17 stuiver nodig. c. De schutterij huurt een vergaderruimte waar men bij elkaar komt. Wanneer? Cuijpers somt het keurig op: "Bijt Congres der Broederschap op Pinxtmaendagh; St. Anna Dagh Kermis; op differente andere dagen als wanneer eenen der broeders, pastor ofte iemandt van de schepenen comt te sterven en begraven wordt, d'overige (schutten) allen moeten present wesen en in loco vergaederen." De huur voor het lokaal komt op 15 gulden. In 1700 is dit schutterslokaal bij schepen/herbergier Peter Smollers gehuurd. We weten dat vanwege een ruzie in dat jaar tussen Gillis Grommen uit Kessel en enkele Heldensen. Twee Heldensen lopen dan het schutterslokaal bij Peter Smollers binnen en komen even later terug, elk met een snaphaan, een geweer! d. Tenslotte moet er ook betaald worden aan pastoor en schepenen voor de controle op de boekhouding en voor het jaarlijks aanstellen van een nieuwe broedermeester. Hiervoor wordt 3 gulden gerekend. Zo komt de secretaris op een uitgave van 40 gulden 3 stuiver en 3Vc oort. Er is dus een batig saldo van 1 gulden 3 stuiver 11/2 oort. Wat gebeurt daar mee? Dat ligt voor de hand: het batig saldo "wordt door de totale broederschap op St. Annadagh, naer gedaene afrekeninge, forma recreationis verteert." St, Annadag is 26 juli. Dan is het "teerdag". Ik vermoed dat de schutters zelf toch aardig wat hebben moeten meebetalen aan dat verteer. Met 1 gulden 3 stuiver 1Vz oort kon je ook al in die tijd geen wonderen doen. Frans van de Steen gaat uitvoerig in op de politietaak van de schutterij. Men kan zich afvragen hoe die politietaak van de schutten geregeld was. Ik heb de indruk dat we onderscheid moeten maken tussen het bewaken van de 75 III. SCHUTTERIJ EN VELDSCHUTTEN

DIGITALE PERIODIEKEN IN DE VOORMALIGE GEMEENTEN HELDEN, MEIJEL, KESSEL EN MAASBREE

De Moennik | 1998 | | pagina 35